zondag 27 januari 2013

KLAS 6 Leesverslag De komst van Joachim Stiller - Hubert Lampo


Algemene informatie
Beschrijving
Hubert Lampo - De komst van Joachim Stiller
Uitgeverij: Meulenhoff Amsterdam
Jaar van uitgave: 1960
Druk: veertigste druk (1994)
Aantal pagina’s: 191

Genre
De komst van Joachim Stiller is een psychologische roman. Het boek gaat heel erg in op de psychische gesteldheid van de hoofdpersonen. Deze personen denken dat ze langzamerhand gek aan het worden zijn. Dit is niet zo, maar dat weet je pas aan het einde van het boek.

Samenvatting
   Schrijver en journalist Freek Groenevelt ziet op een dag vier wegwerkers de straat openbreken om deze daarna weer dicht te maken, onverstoorbaar als engelen. Freek besluit om hierover een stukje in de krant te schrijven. Keldermans, de wethouder van openbare werken reageert op het artikel met een brief waarin het voorval wordt ontkend. Een dag later ontvangt Freek een brief uit 1919, waarin de gebeurtenissen over de wegwerkers voorspeld worden. De redactie van het literaire tijdschrift, waarin een lasterlijk stuk over Freek staat, ontvangt ook een brief, van Joachim Stiller. Hierin staat dat Freek een belangrijke opdracht heeft en dat hij niet belasterd mag worden.
   In een tweedehands-boekenwinkel ziet Freek een zestiende-eeuws boek over het einde der tijden, geschreven door Joachim Stiller. Simone Marijnissen, een vriendin van Freek, heeft inmiddels een telefoontje van Joachim Stiller gekregen: zij mag Freek niet laten gaan. Zij gehoorzaamt door haar verloving te verbreken. Freek en Simone worden verliefd op elkaar, alsof het door hogerhand bepaald is. Stiller belt Freek op om hem moed in te spreken. Na een aantal dagen vol vreemde gebeurtenissen herinnert Freek zich een Amerikaanse militair die aan het eind van de oorlog door een explosie om het leven is gekomen: majoor Joachim Stiller.
   Freek en Keldermans rijgen beiden een brief van Stiller waarin staat dat hij hen op het stationsplein wil ontmoeten. Maar voordat ze Stiller kunnen spreken, wordt hij door een legertruck overreden. Stiller wordt overgebracht naar het mortuarium. Wanneer Freek drie dagen later een bezoek brengt aan het mortuarium, blijkt het lijk verdwenen te zijn.

Verwerkingsvragen
Kenmerken magisch realisme
Het magisch realisme is een beetje een duistere stroming. Een kenmerk van het magisch realisme is dat de literatuur heel realistisch wordt geschreven, maar dat er toch iets vreemds te ontdekken is. Je weet dat wat wordt beschreven niet mogelijk is, maar doordat het zo realistisch wordt beschreven zou je bijna denken dat het echt gebeurd is. De sfeer is vervreemdend, maar toch lijken alle elementen te kloppen. Eigenlijk lijkt het op een soort droomwereld. De werkelijkheid wordt als het ware verbonden met een hogere werkelijkheid. De onderwerpen die vaak doorschemeren in deze stroming zijn vaak dood, dreiging en verval.

Voorbeelden
·         Redelijk aan het einde van het boek gaan Freek en Simone naar het Circus Stiller. Als de voorstelling bijna ten einde loopt, wordt een act opgevoerd met een zwarte harlekijn en twee andere clowns. Freek wordt gelijk gegrepen door de melancholie van de harlekijn. Zijn geest wordt steeds meer in beslag genomen door deze zwarte clown. Dit wordt zo realistisch beschreven dat je denkt dat het waar kan zijn, maar dat je toch merkt dat er iets vreemd is. Dit is een typisch voorbeeld van de magisch realistische stroming.

Toen hij vlakbij kwam, kruiste zijn blik de mijne. Voor de eerste maal sedert het begin van zijn nummer, verried zijn wit gelaat een zweem van emotie en er flitste een vraag door zijn wonderlijk zachte, haast vrouwelijke ogen. Een fractie van een seconde staarden wij elkaar aan, ademloos en verbijsterd naar het mij voorkwam, alsof wij elkaar herkenden. In die korte tijd doortrilde mij met onuitsprekelijke intensiteit het gevoel, dat hij een zwarte engel des doods was, op het punt mijn hand in de zijne te nemen en met mij een eindeloos verre en toch nabije wereld te betreden, waar alle angsten en alle problemen van mij zouden afvallen als de bladeren van een boom in het najaar. Instinctief drukte ik Simone’s arm steviger onder de mijne. Doch zij was zich niet bewust van de vreemde dronkenschap, die zich van mij meester maakte en bleef aanhouden, terwijl de Harlekijn zijn half dansende, half zwevende opwaartse tocht door het publiek voortzette, tot hij de geliefde in beide armen tilde en, door middel van een precies op dat ogenblik toegeworpen trapeze, met haar in de thans volstrekte duisternis onder de nok van de tent verdween.
Blz.154

·         Er wordt uitgegaan van een hogere werkelijkheid. Er zijn meerdere personen in het boek die tegen Freek zeggen dat er een andere wereld bestaat. Dat er iets is dat zelfs door tijd kan reizen. Wanneer Simone en Freek bijvoorbeeld bij Geert Molijn zijn, oppert deze dat Stiller misschien door de tijd kon reizen.

Ouspensky acht de mogelijkheid niet uitgesloten, dat er zich in het oneindig aantal tijdsdimensies, die tegelijkertijd heden, verleden en toekomst vormen, ontsporingen voordoen.’
  ‘Ik begrijp wat je bedoelt,’ hoorde ik Simone zeggen van uit het nevelige welbehagen, dat zich van mij meester had gemaakt. ‘Er zijn er, die uit hun hokje ontsnappen...’
  ‘Inderdaad,’ antwoordde Geert, ‘in die zin, dat het ik-bewustzijn zich splitst, misschien wel een talloos aantal malen, en meteen de conventionele, ik bedoel dus de schijnbaar unilaterale tijd doorbroken wordt. Misschien is op die manier de stelling te verdedigen, dat de zestiende-eeuwse Stiller tegelijkertijd de Stiller uit 1919 is, voor wie het op een of andere manier een klein kunstje was een brief te posten, die in 1957 besteld zou worden, aangezien hij tevens de Stiller is die jullie verleden nacht heeft opgebeld. Neen, Freek, onderbreek me niet... Misschien kan meteen ieder zogenaamd bovennatuurlijk verschijnsel door het toevallig zijdelings doorbreken van, nou ja, laat mij het de isolatie noemen, verklaard worden?...’
Blz. 135

·         De onderwerpen dood, verval en dreiging schemeren erg vaak door in het boek. Dood in de vorm van Joachim Stiller die tweemaal overlijdt in het verhaal. De eerste keer in de oorlog als de tram ontploft, de tweede keer bij het station als hij overreden wordt door een legertruck. Er wordt gesteld dat het overlijden van Stiller als hoger doel heeft dat de rest van de wereld kan blijven bestaan. Hij wordt eigenlijk neergezet als een soort Christus.
Het verval is duidelijk te zien bij de hoofdpersoon Freek. Hij wordt steeds zwakker in het verhaal. Hij wordt ziek van het idee dat Stiller bestaat. Hij valt flauw, wordt misselijk, enz. Dreiging komt ook vaak in het boek voor. Er is een constante dreiging. Steeds weer laat Stiller iets van zich horen en elke keer weer wil je weten hoe de vork in de steel zit. Aan het einde snap je er eigenlijk nog steeds niks van.



Bronnen
http://www.boekverslag.nl/Verslag/De+komst+van+Joachim+Stiller/ (samenvatting)
http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/2157317/ckv/item/2414712/magisch
http://thebears.home.xs4all.nl/Magisch_Realisme.htm

donderdag 17 januari 2013

KLAS 6 Leesverslag Noodlot - Louis Couperus


Algemene informatie
Beschrijving
Louis Couperus – Noodlot
Uitgeverij: Veen
Jaar van uitgave: 1890
Druk: negentiende druk (1991)
Aantal pagina’s:157

Genre
Noodlot is een psychologische roman. Het boek laat heel duidelijk zien hoe het proces tot waanzin verloopt. Er is veel aandacht voor de gedachten en motieven van de personages. Gevoel en emotie speelt een belangrijke rol in het boek.

Samenvatting
   Frank Westhove is een Nederlandse ingenieur, woonachtig in Londen. Bij toeval ontmoet hij zijn vroegere kameraad Bertie, die in de Verenigde Staten gewoond heeft. Bertie leeft daar bijzonder armoedig en vraagt zijn vriend om onderdak en geld. Frank gaat akkoord en al snel is Bertie helemaal gewend aan het rijke en luxe leven van Frank. Bertie liegt tegen de vrienden van Frank over zijn verleden en hij leeft van Franks geld. Na een paar maanden gaat het luxe leventje toch vervelen en besluiten de vrienden een paar dagen naar Noorwegen te gaan. In Noorwegen maken ze kennis met Sir Archibald en zijn dochter Eve. Ze maken met z’n vieren een wandeling terwijl het slecht weer is. Frank en Eve worden verliefd op elkaar. Bertie is bang dat hij zijn vriend zal verliezen en weer veroordeeld is tot het lijden van een armoedig bestaan. Bertie en Eve zien elkaar als broer en zus. Ze praten veel en Bertie probeert twijfel over Frank bij haar op te wekken. Dit gevoel wordt versterkt door de insinuaties van Bertie.
   Op een dag ziet Eve Frank met een ander meisje lopen. Ze begint sterk te twijfelen aan zijn liefde voor haar. Ze confronteert hem hiermee, maar Frank ontkent. Hij misprijst haar wantrouwen en slaat haar zelfs. Ze verlaten elkaar en Bertie ziet zijn kans schoon om Frank weer voor zichzelf te winnen. Na een maand krijgen de twee geliefden berouw en Frank besluit Eve een brief te schrijven. Deze brief, en iedere volgende, wordt onderschept door de bediende van Sir Archibald. Bertie heeft hem geïnstrueerd deze brieven nooit af te geven aan Eve of haar vader. Bertie weet dat het slecht is wat hij doet, maar volgens hem moet het (noodlot) allemaal zo gaan. Hij praat zijn gedrag zo goed.
   Frank, die steeds maar geen reactie krijgt op zijn brieven, besluit met Bertie te gaan reizen. Ze trekken twee jaar lang de wereld rond. Bij toeval komen ze in Scheveningen Eve weer tegen. Bertie ziet haar als eerste en voelt het onvermijdbare aankomen. De liefde tussen Frank en Eve bloeit direct weer op. Al snel blijkt dat iemand de brieven van Frank achtergehouden heeft. De conclusie is snel getrokken: dat kan alleen maar Bertie zijn! Hij was de enige die van de brieven af wist. Eve en Frank komen ook achter de insinuaties. Frank confronteert zijn vriend met deze ontdekking en Bertie geeft toe. Frank is woedend en kan zich niet beheersen. Hij slaat zijn vriend dood. Als hij beseft wat hij heeft gedaan, geeft hij zich aan bij de politie. Frank wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Als hij zijn straf heeft uitgezeten, krijgt hij een eenvoudige baan aangeboden. Eve wil nog steeds trouwen met Frank, maar haar vader is daar niet gelukkig mee. Hij vindt niet dat zijn dochter een moordenaar verdient en Frank deelt zijn mening. Eve is het hier niet mee eens. Het gaat niet goed met haar gezondheid. Ze heeft veel last van hallucinaties. Frank heeft een flesje vergif bij zich om zelfmoord te plegen. Eve wil samen met hem sterven, omdat zij in dit leven nooit samen meer gelukkig kunnen zijn. Zij ziet het als het grootste geluk om samen te sterven en het geluk te vinden in het paradijs. Eve drinkt als eerste de helft op en reikt vervolgens Frank de fles aan. Ze sterven samen. Sir Archibald zal hen vinden.

Verwerkingsvragen
Kenmerken naturalisme
Het naturalisme is een verdere uitwerking van het realisme. In deze stroming gaat men ervanuit dat het leven wordt bepaald door drie factoren, namelijk:
·        De erfelijke aanleg die men heeft
·        Het milieu waarin men opgroeit
·        De tijd waarin men leeft
Naturalistische romans zijn over het algemeen somber en pessimistisch. Er ligt heel veel nadruk op het noodlot (fatalisme). Er ligt veel nadruk op onderbewuste gevoelens, ook seksuele gevoelens.
In naturalistische romans worden vaak uitgebreide beschrijvingen gegeven, waardoor ze vaak lastiger zijn om te lezen. Er wordt ook veel gebruik gemaakt van beeldspraak.

Voorbeelden
·        Ten eerste is de titel van het boek natuurlijk Noodlot. Dit zegt al genoeg over de rest van het boek. In het hele boek speelt dit thema voortdurend een zeer grote rol. Alle hoofdpersonen geloven zelf in het noodlot en weten dat ze zich hier niet tegen kunnen verzetten. Dit is op verschillende plekken in het boek duidelijk te zien. Ik zal twee passages toelichten. De eerste is  op het moment dat Bertie Eve toevallig tegenkomt nadat het is uitgegaan tussen haar en Frank. Hij wilde haar niet tegenkomen, maar het noodlot zorgde ervoor dat dat toch gebeurde:

Hij herkende ze aan de vorm hunner gestalten, aan een beweging, de man aan een afnemen van de hoed en wissen over het voorhoofd, de vrouw aan heur houding met de parasol, de stok geleund op de schouder en de hand bevallig vasthoudende een punt van het scherm. En toen hij ze herkende, scheen het hem als werd hij lichter en lichter van hoofd, als zou hij duizelend opzweven uit zijn stoel, ergens weg drijven, de zee over... Maar mat viel hij terug, zeer mat, en lichttintelingen, als dansende vraagtekens trilden voor zijn knippende ogen, door het staren. Wat was er te doen? Zich in te spannen tot fijne list, Frank zoeken weg te lokken hier vandaan, vluchten? O, wat was de wereld klein! Waren zij daarom die wereld omgezwalkt, rusteloos, rusteloos door, om bij de eerste verpozing dát te ontmoeten, waar hij het meest voor vreesde! Toeval of Noodlot? Neen, Noodlot.
Blz.114-115

Aan het einde van het boek is Frank van plan zelfmoord te plegen met een vergif. Eve gooit het flesje weg om hem te verhinderen dit te doen. Het noodlot zorgt ervoor dat het flesje niet breekt:

Maar Eve was opgestaan, magnetisch gedwongen te gaan naar de plek, waar het flesje gevallen was. Zij bukte zich, en zij raapte het op. Het was gevallen op de afhangende plooien van een gordijn; het was niet gebroken, slechts gebarsten. Maar er was geen druppel uit gestort. –Frank! gilde zij, in haar opzweving van extase. Frank, zie, het is niet gebroken, het is heel! Het is het Noodlot, dat het niet heeft willen laten breken! Hij was opgestaan, rillend van de ijskoude in hem. Maar zij, ze had reeds de stop afgerukt, ze dronk het half uit, met een glimlach van waanzin en geluk.
Blz. 156-157

·        Emoties worden heel overdreven beschreven. Daardoor is het soms wat lastiger te lezen. Er staat veel tekst, maar eigenlijk wordt er niks belangrijks gezegd. In deze passage denkt Eve dat Frank van een ander houdt. Door deze gedachte wordt ze vanbinnen verteerd. Hier is goed te zien hoe de emoties worden beschreven:

Zij sidderde meer en meer, en toen kwam het weer over haar en in haar: dat van dat oog, van die stem, dat vreemde, dat was als een hypnose van een geestelijke invloed: dat, wat heur vader niet had kunnen begrijpen. Wat zij nu uitte, scheen haar voorgezegd te worden door de stem, en haar houding en gelaatsuitdrukking schenen een pose te zijn, waartoe de blik van het oog haar noodzaakte. En zeer intens voelde zijzelve: dat die blik donker was, als een nacht.
Blz.83

·        De afkomst telt ook zwaar in dit boek. Bertie is vooral degene die een zwaar verleden heeft gehad. Hij is gewoon benadeeld door het lot. Hij heeft geen enkel bezit, alles wat hij bezit heeft hij gekregen van Frank. Alle dingen die hij doet, doet hij doordat hij wordt gestuurd door zijn verleden en het lot. Hij kan hier zelf niets aan doen.

Frank, zie me zoals ik ben, ik ben zoals ik ben, ik kan het niet helpen, dat ik zo ben, ik zou gaarne anders willen zijn... En ik heb gehandeld, zoals ik handelen moest, ik kon er niets aan doen, ik werd er toe gedwongen, door machten buiten me.
Blz.132

Uit de volgende passages blijkt het verschil tussen Frank en Bertie. Frank is altijd bevooroordeeld geweest. Nu is hij ook weer degene die de mooie vrouw krijgt en niet Bertie.

En hij had dagen van honger, nachten zonder dag gekend; een armoede, die Frank, goed doorvoed, glanzend van een bloedrijke gezondheid, onuithoudbaar voorkwam; en hij sprak er zo kalm, bijna schertsend over, zonder te klagen, alleen met leedwezen zijn mooie handen bekijkend, die mager waren, paars van jeukende winter, met bloedige kloven op de knokkels. Voor het ogenblik schenen die handen zijn enig verdriet te zijn.
Blz.12


Frank zou trouwen en...hij, Bertie? Waar zou hij blijven, wat zou er van hem worden? Zwaar gevoelde hij de noodlottigheid van het leven, en de onrechtvaardigheid der levens aaneenschakelingen en hij zag in, dat hij zijn eigen ongeluk had opgeroepen door slechts een enkel woord... Een enkel woord: Noorwegen! Noorwegen, Eve, Franks liefde, Franks aanstaand huwelijk, zijn eigen ondergang, hoe hatelijk duidelijk zag hij die enkele schakelen zijner levensketen in elkaar geklonken! Eén woord, uit een domme intuïtie geuit: Noorwegen: en hij bewerkte onherroepelijk het geluk van twee anderen, ten koste van zichzelve! Onrechtvaardigheid, onrechtvaardigheid!
Blz.42

Mening
Ik vind het boek Noodlot zeer representatief voor de naturalistische stroming, want het boek bevat eigenlijk alle aspecten van deze stroming. Ze komen allemaal duidelijk in het boek voor. Eigenlijk zou je alleen op basis van de titel al kunnen stellen dat het boek naturalistisch is.

Bronnen
Groene bundel Nederlandse Letterkunde 1880-1945

KLAS 6 Leesverslag Kaas - Willem Elsschot


Algemene informatie
Beschrijving
Willem Elsschot – Kaas
Uitgeverij: Querido
Jaar van uitgave: 1933
Druk: 26e druk (1991)
Aantal pagina’s: 106

Genre
Het boek is een pseudo-autobiografische roman. Dit betekent dat het boek autobiografische aspecten heeft.

Samenvatting
   Het verhaal gaat over Frans Laarmans, een klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company in Antwerpen. Hij krijgt van Van Schoonbeke, de welgestelde vriend van zijn broer Jan, die huisarts is, een baan aangeboden. Laarmans laat zich verleiden om groothandelaar in Nederlandse kaas te worden, volvette Edammer meer bepaald, mede om daarmee meer respect te verdienen in de kringen waarin hij per ongeluk verzeild is geraakt en waar hij zich slecht op zijn plaats voelt, omdat hij zich niet kan meten met de welgestelde en wat snobistische leden van het gezelschap. Met hulp van zijn broer en op aanraden van zijn vrouw slaagt hij erin tijdelijk (en onbetaald) ziekteverlof te krijgen van zijn baan als klerk bij de scheepswerf waar hij werkzaam is, onder het excuus dat hij zou lijden aan een zenuwziekte.
   Laarmans wijdt zich met verve aan zijn taak, maar wordt zo meegesleept door zijn nieuwe werk als koopman dat hij zich aanvankelijk alleen bezighoudt met de organisatie en inrichting van zijn ‘kantoor’, de aankoop van een passend bureau, een schrijfmachine en een telefoon, het ontwerp van zijn briefpapier, de werving van agenten in zijn district, dat bestaat uit België en het groothertogdom Luxemburg, de naamgeving van het bedrijf (hij komt uiteindelijk uit op ‘Gafpa’, wat staat voor ‘General Antwerp Feeding Products Association’) dat hij zijn eigenlijke taak uit het oog verliest. Als zijn eerste zending van 20 ton kaas arriveert van de leverancier Hornstra uit Amsterdam weet hij dan ook niet goed wat ermee aan te vangen. Inmiddels is zijn naam als koopman wel een garantie geworden voor zijn positie in de hogere kringen van zijn vriend Van Schoonbeke, waar hij nadien met meer respect wordt behandeld.
   In de harde praktijk is Laarmans echter niet geschikt voor zijn werk en blijkt niet in staat om ook maar de geringste hoeveelheid kaas (een product waarvan hij zelf walgt) aan de man te brengen. Zijn aangeworven agenten blijken merendeels non-valeurs en de enorme hoeveelheid Edammers, opgeslagen in het Blauwhoedenveem, wil maar nauwelijks slinken. Zijn vrouw lijdt onder het gehele proces en ook zijn kinderen hebben het zwaar te verduren, al doen zij hun best om hun vader bij te staan. Zijn collega’s van de scheepswerf komen soms op bezoek om te zien hoe het met hem gaat. Dus hij moet voortdurend oppassen dat hij geen collega’s tegenkomt als hij over straat loopt met zijn bollen kaas.
   Uiteindelijk geeft hij zijn koopmanschap op, na slechts enkele bollen kaas verkocht te hebben. Hij keert terug naar de scheepswerf in zijn oude baan als eenvoudige klerk, waar hij met open armen ontvangen wordt door zijn oude collega’s.
   Laarmans vrouw, die het nogal eens zwaar te verduren kreeg tijdens het hele proces, zorgt er uiteindelijk voor dat er voorlopig geen kaas meer op tafel komt.

Verwerkingsvragen
Kenmerken nieuwe zakelijkheid
   De nieuwe zakelijkheid is rond de jaren ’20 ontstaan als reactie op het expressionisme. In de literatuur was deze omslag goed merkbaar. Na het expressionisme waarin men zoveel mogelijk probeerde ‘mooi’ te schrijven en waarin de boodschap van de literatuur eigenlijk niet telde, was de nieuwe zakelijkheid juist erg nuchter en sober. Het grootste doel was een zakelijke weergave van de feiten en handelingen, de boodschap moest duidelijk overkomen. Daarom vind je in literatuur uit deze stroming over het algemeen geen uitgebreide beschrijvingen.  De zinnen zijn kort en helder, waardoor deze literatuur makkelijk te lezen is.
   Een ander kenmerk van deze literatuur is dat de onderwerpen zeer alledaags zijn. Er wordt daarom vaak gesproken over ‘ventisme’. Het gaat niet om de vorm, maar om de vent. De karakters en de inhoud zijn veel belangrijker dan de manier waarop de literatuur geschreven is. Dit ventisme houdt ook in dat het belangrijk werd gevonden dat mannen echt mannen waren (vandaar het woord vent).
   Er is in de nieuwe zakelijkheid weinig plaats voor gevoel. Doordat er geen lange monologen over gevoelens in de literatuur voorkomen, is deze veel gemakkelijker te lezen dan bijvoorbeeld literatuur uit de romantiek.
   In literatuur uit de nieuwe zakelijkheid is vaak veel maatschappijkritiek te vinden. Dit komt doordat deze stroming juist ontstond in een periode van wederopbouw na de oorlog. Hierdoor hebben veel mensen kritiek op de bestaande samenleving. Dit wordt dan onder andere in de literatuur geuit.

Voorbeelden
·         De zinsbouw is zeer kort. Dit zal ik laten zien aan de hand van een kleine willekeurige passage uit het boek:

Op de tram, onder ’t naar huis rijden, voelde ik mij al een heel ander mens. Je weet dat ik naar de vijftig loop en mijn dertig jaren dienstbaarheid hebben natuurlijk hun stempel op mij gedrukt. Klerken zijn nederig, veel nederiger dan werklieden die door opstandigheid en eendracht enige eerbied hebben afgedwongen. Men zegt zelfs dat zij in Rusland de heren geworden zijn. Als het waar is, dan hebben zij dat verdiend, dunkt mij.
Blz.30

·         Het ventisme is heel duidelijk terug te vinden in dit boek. De hoofdpersoon, Frans Laarmans, heeft een baan als klerk. Er wordt echter aan hem gevraagd of hij koopman wil worden. Frans zegt gelijk ja en vindt het heel wat dat hij zichzelf nu koopman mag noemen. Hij probeert heel hard om zich als een echte vent te gedragen en houdt zichzelf ook echt continu voor dat hij dat moet doen, zoals te zien is in de volgende passage:

Herhaaldelijk werd ik aangekeken, als vroeg er een om mijn goedkeuring, die ik telkens direct gaf, door een meegaand hoofdknikje. Je moet coulant zijn met de mensen, vooral als je koopman bent. Maar om hun geklets niet telkens te beamen, zei ik toch maar eens ‘dat staat te bezien’. Waarop de kerel in kwestie, een die anders geen tegenspraak kon uitstaan, zeer inschikkelijk ‘dat spreekt vanzelf’ antwoordde, blij dat hij er zo was afgekomen. Toen ik vond dat mijn succes voor één dag voldoende was, zei ik opeens: ‘En de restaurants, heren? Wat heeft men deze week voor lekkers gegeten?’ Dat was het toppunt. Het hele gezelschap keek mij dankbaar aan, zo blij waren zij dat ik ze met een echt koninklijk gebaar de weg naar hun geliefkoosd terrein had gewezen.’
Blz.39

·         Er wordt heel droog en nuchter beschreven. Dit kan soms leiden tot grappige passages. Eigenlijk is het zo dat je op welke pagina je het boek ook openslaat wel iets grappigs tegenkomt. Het plan van Frans om van baan te wisselen is natuurlijk stom. Je kunt van tevoren al voorspellen dat het verkeerd gaat aflopen. De hoofdpersoon zelf heeft dit echter helemaal niet door. Als hij er aan het einde van het boek achter komt dat zijn plan niet heeft gewerkt, doet hij hier niet moeilijk over. Het is nu eenmaal zo, er worden verder geen woorden aan vuilgemaakt. Het lijkt zelfs alsof Frans er cynisch mee omgaat. Er zijn verschillende zinnetjes aan te wijzen waaruit dit blijkt:

De kaastoren is ingestort. (Blz. 98)

Thuis wordt nooit meer over kaas gesproken. Zelfs Jan heeft geen woord meer gerept over de kist die hij zo schitterend verkocht had en Ida is stom als een vis. Misschien wordt de  sukkel op ’t gymnasium nog steeds kaasboerin genoemd. Wat mijn vrouw betreft, die zorgt er voor, dat geen kaas meer op tafel komt. Pas maanden later heeft zij mij een Petit Suisse voorgezet, van die witte, platte kaas, die niet méér op Edammer gelijkt dan een vlinder op een slang. Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw.
Blz. 106

·         De maatschappelijke kritiek heb ik zelf in dit boek niet echt terug kunnen vinden.

Mening
Ik vind Kaas zeer representatief voor de nieuwe zakelijkheid. Het enige wat niet in het boek voorkomt is de maatschappelijke kritiek. De rest van de kenmerken van de nieuwe zakelijkheid zijn allemaal terug te vinden in het boek. Daar is eigenlijk geen twijfel over mogelijk. 

Bronnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaas_(roman) (Samenvatting)

woensdag 30 mei 2012

KLAS 5 Leesverslag De Thuiskomst – Anna Enquist

Algemene informatie
Beschrijving
Anna Enquist – De Thuiskomst
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 2005
Druk: Eerste druk
Aantal pagina’s: 415

Genre
De Thuiskomst is een historische roman. Anna Enquist heeft geschreven over het leven van Elizabeth Cook, de vrouw van James Cook. James Cook was een Britse zeevaarder en cartograaf. Hij is bekend geworden door zijn drie ontdekkingstochten naar de Grote Oceaan.

Samenvatting
Deel 1
April 1775. De 34-jarige Elizabeth Cook wacht op de terugkeer van haar man James. Deze selfmade zeeman is in 1772 voor een tweede grote zeereis uitgevaren om in opdracht van de Royal Society onbekende gebieden in kaart te brengen. Elizabeth hoopt dat hij het varen eraan zal geven en voor zijn gezin zal kiezen. Ze heeft in de tijd dat hij van huis was veel verdriet moeten verwerken: drie van haar vijf kinderen zijn overleden: Joseph (1768), Elly (1771) en George (1772). Vooral de dood van Elly, haar enige dochter, heeft haar aangegrepen. Ze voelt zich er schuldig aan omdat het meisje werd overreden door een koets toen Elizabeth even niet oplette. De twee overgebleven zonen (James, 12 jaar; Nathaniel, 11 jaar) kennen hun vader nauwelijks. Overeenkomstig de wil van hun vader zullen ze naar de zeevaartschool gaan, hoewel de zachtaardige Nathaniel, die prachtig viool kan spelen, liever iets in de muziek wil gaan doen.
In haar eenzaamheid krijgt ze steun van Hugh Palliser, een oude vriend van de familie. Palliser is thesaurier van de Marine en heeft James flink geholpen bij zijn carrière. Ook Frances (James’ achternichtje) is haar tot steun: Elizabeth schrijft haar lange brieven waarin ze haar hart lucht. Van James ontvangt ze uitgebreide brieven, die vooral gaan over zijn reizen enn ontdekkingen. Op zijn advies houdt ze een thuisjournaal bij waarin ze de gebeurtenissen van alledag noteert. Ze stopt ermee na de dood van George.
Na zijn terugkomst heeft James het druk met het afwikkelen van allerlei zaken, zoals het redigeren en publiceren van zijn journaals. Hij wordt bij de koning ontboden, krijgt alom lof toegezwaaid, wordt voorgedragen als lid van de Academie en krijgt zijn verwachte promotie tot kapitein. Tot genoegen van Elizabeth accepteert hij een benoeming tot medebevelhebber in het Marinehospitaal, ‘Een verkapte pensionering’ (p.89). Ze raakt opnieuw zwanger.

Deel II
In het begin van het nieuwe jaar worden voorbereidingen getroffen voor een nieuwe zeereis. De koning heeft een riante beloning uitgeloofd voor degene die een noordelijke doorgang ontdekt. James belooft zijn vrouw en kinderen dat hij niet meer op reis zal gaan (‘ik heb genoeg gevaren’, p.139): een collega van hem, kapitein Clerke, acht hij prima in staat de expeditie te leiden. Maar de Admiraliteit is het daar niet mee eens: ze vindt Clerke te weinig serieus en een rokkenjager. Ook andere kandidaten vallen af. Om de impasse te doorbreken biedt James zich als bevelhebber aan. Zijn voorstel wordt dankbaar aangenomen. Tegen Elizabeth zegt hij dat het slechts om een formaliteit gaat: hij is nu degene die de bemanning kan zoeken en de voorbereidingen voor de reis kan treffen, tot het laatste moment kan hij zich nog laten vervangen. Elizabeth vertrouwt het maar weinig en is woedend op Hugh Palliser omdat die haar had beloofd er alles aan te doen om James aan de wal te houden. Na een succesvolle introductievoordracht over gezondheid van zeelieden wordt James lid van de Academie. Tijdens een toevallige ontmoeting met de koning belooft James rundvee, pluimvee en paarden aan boord mee te nemen om aan de inlanders te schenken.
Elizabeth is hoogzwanger. Ze is ervan overtuigd dat ze een meisje zal baren, een vervangster voor Elly. Na een zware bevalling brengt ze echter een jongen ter wereld. James doopt hem Hugh, als eerbetoon aan zijn vriend. Elizabeth kan het niet accepteren (‘Het verkeerde kind’, p.231) en laat het zogen en de verzorging van het kind aan een min over, Charlotte. Ze noemt hem Benny: ‘Benjamin, dacht ze. Het jongste kind. Het laatste’ (p.234)
Begin augustus 1776 vaart James af naar Kaap de Goede Hoop. Hij wacht daar op de komst van Clerke, die hem zal aflossen voor de verdere reis. Maar als Clerke arriveert, wordt er tuberculose bij hem geconstateerd en besluit James als bevelhebber te blijven. Aan Elizabeth schrijft hij: ‘Ik kan mijn belofte aan jou niet houden. Het doet me pijn. Het is niet anders’ (p.259).

Deel III
Charlotte blijft Hugh verzorgen, Elizabeth kan het niet opbrengen een moeder voor hem te zijn. Ter afleiding van haar zorgen en verdriet helpt ze op een schooltje voor matrozenkinderen.
In 1780 ontvangt ze het bericht dat James in februari 1779 op Hawaï is overleden, vermoord door inboorlingen. In het journaal van Clerke, dat ze ter inzage krijgt, leest ze over de slechte conditie van de twee schepen, de vele vertragingen, de geweldige ontvangst op Hawaï, de vergeefse pogingen om via de Beringstraat een noordelijke doorvaart te vinden en de door averij noodgedwongen terugkeer naar Hawaï. De hernieuwde ontvangst op Hawaï was veel minder hartelijk, er waren schermutselingen en er werd gestolen. James had streng laten straffen en wilde het opperhoofd gijzelen om de gestolen waar terug te krijgen. Hoewel hij een stel gewapende mariniers bij zich had, liep het op een gevecht uit. James werd aangevallen en afgeslacht. Pas na dagenlang onderhandelen kreeg Clerke ‘de stoffelijke resten’ (p.284).
Als Hugh Palliser haar zijn deelneming komt betuigen, wordt ze woedend. Ze geeft hem de schuld van James’ dood. Hugh antwoordt dat James zelf naar zee wilde. ‘James heeft je verlaten, niet ik’ (p.297).
In 1781 verdrinkt haar zoon Nathaniel tijdens een reis naar West-Indië. Elizabeth is wekenlang wezenloos. Haar verdriet is extra schrijnend omdat Nathaniel na die reis zijn contract zou verbreken en zou stoppen met varen. In de gesprekken met meneer Hartland, organist en muziekleraar van Nathaniel, en zijn muziek vindt ze wat troost.
Via King (een medekapitein) en Isaac (een neef die ook aan boord was) krijgt Elizabeth wat meer informatie over de plotselinge dood van haar man. Onthullende informatie ontvangt ze echter van Boris Afanisovitsj, een Russische handelaar die haar de verzegelde laatste brief van kapitein Clerke overhandigt. In die brief, aan haar gericht, leest ze over James’ toenemende mateloze wreedheid, de slachting van inboorlingen en zijn afslachting. Clerke had vanaf het schip door een verrekijker alles kunnen volgen. De dode mariniers werden door de inlanders opgegeten, de resten van James pas na lang onderhandelen in delen overhandigd. Clerke had James een zeemansbegrafenis gegeven. Officiers hadden later om James’ kleren en bezittingen gedobbeld.
In het verslag van de derde zeereis leest Elizabeth de ‘leugens’ over haar man. Ze vraagt zich af wie hij in werkelijkheid was, wil hem begrijpen. Isaac neemt Elizabeth onder zijn hoede. Hij verhuist met haar in 1788 naar Clapham. Daar probeert ze een normaal leven te leiden: lezen, mensen ontvangen en soms uitgaan. De zoon van de inmiddels overleden meneer Hartland neemt haar mee naar concerten, waar ze geniet van nieuwe composities (Haydn, Mozart).
In 1793 sterft haar jongste zoon Hugh aan hevige koortsen, een jaar later is haar oudste zoon Jamie slachtoffer van een roofmoord. Maandenlang verkeert Elizabeth in een ‘beklagenswaardige toestand’ (p.382).
Nadat hij haar nog zijn liefde bekent, sterft Hugh Palliser in 1796. Enkele dagen later ontvangt ze via de notaris een verzegeld document. Het bevat een briefje van Hugh, waarin hij schrijft de laatste notities van James bewust te hebben achtergehouden omdat ze bij publicatie voor te veel opschudding zouden zorgen. Na een lange worsteling heeft hij besloten haar die toch te laten lezen: zo kan ze onbezwaard haar onderzoek naar zijn dood afmaken. Elizabeth leest over James’ plechtige ontvangst op Hawaï, waar hij als een koning en een god werd vereerd. James had zich op het eiland ‘thuis’ gevoeld en een plan bedacht om daar te kunnen blijven. Hij had zich geofferd zodat het eiland voor eeuwig aan hem verbonden zou zijn. ‘Het uiterste offer’ (p.399).
Isaac is overleden (1831). Elizabeth haalt uit de muurkast de kist waarin ze al die jaren haar geheime documenten heeft bewaard. Ze verbrandt de documenten in de vuurkorf in de boomgaard. Ze denkt: ‘Ik sta mijn leven op te stoken’ (p.404) en voelt zich opgelucht. Ze kijkt uit over het landschap. In de verte ziet ze James en haar kinderen.


Literair gewicht

Ik schaar De Thuiskomst onder literatuur, omdat het veel literaire kenmerken heeft. Ten eerste wordt er in het boek heel erg de nadruk gelegd op beschrijvingen, gedachten en sfeer. Al meteen op de eerste bladzijde van het boek kom je terecht in de gedachten van Elizabeth Cook. Ze kijkt naar de grote tafel die vol ligt met rommel en ze bedenkt dat ze die nodig eens leeg moet ruimen.  Ze wil dat de tafel leeg is als James thuiskomt:

 Hij verwacht een lege tafel als hij terugkomt, dacht ze. Hij zal koffers en tassen het huis in dragen vol journalen, schetsen en kaarten. Die moeten plat liggen op een schone tafel, geboend en gewreven zodat hij glimt als een waterplas. Een tafel die uitnodigt om er mappen op te leggen en stapels te maken van boeken en papieren in een volmaakte orde. Geen vuilnisbelt. De tuinkamer waarin de tafel staat, die vrijwel geheel door de tafel gevuld wordt – nee, er is ruimte genoeg, het is meer dat de tafel centraal staat in deze kamer, er is geen ontkomen aan, de kamer lijkt erom heen gebouwd, een tabernakel voor een houten altaar - , moet schoongemaakt en misschien gewit worden.
Blz. 13

Dit soort beschrijvingen kom je erg vaak tegen in het boek. Het boek is dik en een en al beschrijving. Hierdoor wordt het soms erg saai en kom je er lastig doorheen. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van flashbacks. Ten eerste door gedachten van Elizabeth over het verleden. Ze denkt vooral vaak aan haar gestorven kinderen en dan voornamelijk Elly. In dit fragment denkt ze terug aan het moment waarop James thuis kwam van zijn eerste reis. Hij weet nog niet dat hun dochtertje is overleden:

Maar het leek of een eerder weerzien zich voor het huidige wrong, of er een ontredderd meisje tussen haar ribben stond. Met grote stappen was hij toen, na de eerste wereldreis, het huis in gekomen, hoed in de hand, gebruind, gespierd. Zij had verslagen tegen het lauwe fornuis gestaan. Frances week met de jongens aan haar zij uit naar de gang. Hij was op anderhalve meter van haar tot stilstand gekomen, zijn ogen joegen snel langs de muren en vloer – geen pop, geen kinderstoel, geen verfrommeld schortje met papvlekken. Ze zag zijn wangen grijs worden.
Blz. 53

Er worden echter ook tijdsprongen gemaakt in de vorm van journalen van James. Elizabeth leest daarin over de reizen van haar man. Zo ben je als lezer even terug in de tijd. Dit is een dag uit het journaal van James Cook:

6 februari. Iedereen geroerd door het afscheid. Alles is hier anders geweest dan op de andere eilanden. Nergens werden we met meer respect bejegend. Toch lijken mijn mannen opgelucht nu we weer op zee zijn. Op weg naar het noorden, denken ze. Ik heb aangekondigd dat we eerst de kleinere eilanden in deze archipel gaan onderzoeken. Werd onpasselijk toen ik het zei. Onderzoeken! Ik weet nu dat onderzoek niets oplost. Feiten verzamelen, observeren, verslag leggen – zinloos. Het verleent je een schijn van weten, een schaamlap voor de machteloosheid. De tijd van onderzoek is voorbij! Het ware begrip onttrekt zich aan onderzoek. Ik weiger om aan dek te komen, ik zoek de uitputting die ik op het altaar ervoer. Toen was het ware begrip vlakbij, het ontglipte me op een haar na. God, wat haat ik die stinkende matrozen. Er staat een flinke bries. Ga me er niet mee bemoeien.
Blz. 397

In het boek worden ook zaken beschreven die afwijken van de heersende moraal. Een van die zaken is het feit dat Elizabeth eigenlijk helemaal niet blij is als James thuiskomt van een lange reis. Volgens de moraal moeten mensen heel blij zijn na lange tijd een persoon terug te zien van wie ze houden. Dit is bij Elizabeth helemaal niet het geval. Ze wil James eigenlijk liever weg hebben. Ze voelt zich niet met hem op haar gemak:

De tijd verstreek met razende vaart; voor ze het wist waren de jongens gaan slapen en schemerde het in de tuin. Avond, en straks de nacht. Ze stond gebogen over het vaatwerk en was zich hinderlijk bewust van de man die achter haar rug aan tafel zat. Een gast in haar huis die ze moest verwelkomen en ter wille zijn. Maar zo was het niet, hij woonde hier en zou hier blijven wonen. Ze moest terugtreden uit haar kamers om ruimte voor hem te maken. Zweet prikte in haar hals en ze dacht aan haar huid onder de zomerjurk, aan de onbekend geworden, zoute huid van de ander onder zijn uniform. Ze wilde stampvoeten van woede omdat ze het verlangen naar hem niet kon oproepen. Waar was het vuur van al die eenzame zomernachten, waarom voelde ze geen vreugde maar slechts een onbehaaglijk ongemak? Hij zat daar maar, zijn lange benen uitgestrekt onder de tafel, hij zat maar een keek. Straks zouden  ze naar boven gaan. Naar het bed.
Blz. 75

Wanneer Elizabeth voor de laatste keer zwanger is, is ze er heilig van overtuigd dat het kind dat ze in zich draagt een meisje is. Als ze er na een zware bevalling achter komt dat het een kind een jongetje is en dat het kind ook naar Hugh Palliser is vernoemd, voelt ze zich verschrikkelijk.  Nu heeft ze geen vervanging voor Elly gevonden en is ze eeuwig verbonden aan Hugh Palliser. Ze laat het jongetje, Benny, opvoeden door een min en heeft zelf geen enkele band met het kind. Dit is afwijkend van de heersende moraal. Het hoort zo te zijn dat moeders gelijk gek zijn op hun kinderen.

Een matroos erbij, dacht ze, voor hem. Hebben ze baby’s verwisseld toen ik niet oplette? Dat kan toch niet, er is maar één baby. Maar waar is mijn meisje dan? Het klopt niet. Het is verkeerd. ‘Hugh,’ zei James. ‘Hij heet Hugh. Een eerbetoon aan Palliser. Daar zal hij content mee zijn.’ Hij vernoemt zijn kinderen zoals hij eilanden en baaien een naam geeft, dacht ze. Hugh! Hij moest eens weten. Hugh! Dat kreeg ze toch nooit over haar lippen, dat was te zot om waar te zijn. Ze barstte in zenuwachtig gieren uit, ze kon niet meer ophouden, een klucht was het, ze hadden hier in de slapkamer komedie gespeeld en het hoogtepunt was de komst van het verkeerde kind. Dat Hugh heette. Lachstuipen. Applaus. Doek.
Blz. 232

Door al deze literaire kenmerken, heeft het boek een hoog literair gehalte. Op de oordeelbalk scoort het boek dan ook zeer hoog.




dinsdag 29 mei 2012

KLAS 5 Betoog Verlichting Kleine gedigten voor kinderen - Hieronymus van Alphen

   Ik vind dat Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen representatief is voor de Verlichtingsliteratuur.
   De Verlichting loopt van ongeveer 1670 tot 1770. Deze stroming ontstaat doordat mensen steeds nieuwsgieriger worden. Het verstand wordt veel belangrijker, men legt de nadruk meer op het individu en men gaat klassieke schrijvers bestuderen en probeert die ook te overtreffen. Dit zijn de kenmerken van het rationalisme. Er heerst echter ook classicisme. Dit is een zeer strenge stroming, waarin er veel regels en voorschriften zijn waaraan men zich moet houden. Alles moet ordelijk, duidelijk en volmaakt zijn, net zoals in de klassieke oudheid. Veel literatuur is didactisch. Men heeft veel aandacht voor opvoeding en onderwijs.
   Kleine gedigten voor kinderen bevat een aantal gedichten die voor kinderen zijn  geschreven. Deze gedichten bevatten veel kenmerken van de Verlichtingsliteratuur. Ten eerste wordt er in de gedichtjes vaak  gesproken over deugdigheid, wat typisch is voor het classicisme. In het gedicht De Pruimenboom ziet Jantje pruimen hangen en hij twijfelt of hij er een paar zal plukken of niet. Hij denkt: ‘Hier is, zei hij, noch mijn vader, noch de tuinman die het ziet: aan een boom, zo vol geladen, mist men vijf zes pruimen niet. Maar ik wil gehoorzaam wezen en niet plukken: ik loop heen. Zou ik, om een hand vol pruimen, ongehoorzaam wezen? Neen.’ Hij bedenkt dus bij zichzelf dat hij geen pruimen moet pakken, omdat dat niet overeen zou komen met de deugd. Hij zou zijn vader zeker teleurstellen. Een ander gedicht is De waare rijkdom: ‘Geen geld bekore ons jong gemoed, maar heiligheid en deugd. De wijsheid is het nodigst goed; het sieraad van de jeugd.’ Hierin wordt weer de nadruk gelegd op de deugd. De gedichten zijn voor de jeugd geschreven en doordat er deugdelijke eigenschappen in deze gedichtjes voorkomen, zullen veel kinderen er volgens Van Alphen een voorbeeld aan nemen.
   De nadruk ligt ook erg op de liefde voor God. Dit is weer een kenmerk van het classicisme. De onwetende mens moet behoed worden voor een slecht leven en daarom moet ze kennis krijgen van God. Door veel over godsdienst te praten in gedichten voor kinderen, komen kinderen al vroeg in aanraking met het geloof, wat helpt bij hun opvoeding. In de gedichten komen dus nogal eens zeer eerbiedige en gelovige kinderen voor. Een zeer godsdienstig gedichtje, wat aanspoort tot geloof is De Spiegel. Het vertelt dat kinderen niet ijdel mogen zijn, maar dat ze hun hart moeten leren kennen: ‘Die telkens in de spiegel ziet, en zig met schoonheid vleit; beseft de waare schoonheid niet, maar jaagt naar ijdelheid. Dit glas maakt trots, of geeft ons pijn; wil ‘k weeten wie ik ben, dan moet Gods woord de spiegel zijn, waar ik mijn hart uit ken.’ Een ander gedichtje is Het kinderlijk geluk, waarin een kindje God prijst voor zijn/haar leven: ‘Geloofd zij God voor ’t ruim genot van zo veel gunstbewijzen! Mijn hart en mond zal hem, in elken morgenstond, en elken avond prijzen.’
   Een kenmerk van het rationalisme was dat onderwijs en opvoeding erg belangrijk werden gevonden. De nog onwetenden kunnen zo opgevoed worden tot beschaafde, verstandige mensen. Daarom lag in veel gedichten de nadruk erg op leren en goed naar je ouders luisteren. Als kinderen deze gedichten zouden lezen, zouden ze deze goede eigenschappen overnemen. Een gedichtje over het leren is Het vrolijk leeren: ‘Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, en waarom zou mij dan het leeren verveelen? Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak. Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken, ’t is wijsheid, ’t zijn deugden, naar welken ik haak.’ Van Alphen probeert aan de kinderen duidelijk te maken dat leren ook leuk kan zijn en dat het leuk is om ergens je best voor te doen. De kinderliefde gaat over de relatie tussen vader en kind. Er wordt geschreven dat je vader je beste vriend is, maar ook: ‘Ik ben somtijds wel eens stout, maar als mijn ondeugd mij berouwt, dan wordt zijn vaderhart bewogen, dan spreekt zijn liefde geen verwijt, ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt, dan zie ik tranen in zijn oogen.’ Er wordt de kinderen op het hart gedrukt dat hun ouders alleen het beste voor hen willen en daarom soms streng zijn. Dit gaat volledig over de opvoeding die men tijdens de Verlichting zo belangrijk vond.
   Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen is dus representatief voor de Verlichtingsliteratuur, omdat er veel nadruk ligt op het goede gedrag, er duidelijk naar voren komt dat liefde voor God belangrijk is voor een goede zelfontplooiing en omdat er veel nadruk ligt op het onderwijs en de relatie tussen ouder en kind in de opvoeding.
   Ik zou mensen niet meteen aanraden om deze gedichten te lezen, omdat ze eigenlijk voor kinderen geschreven zijn. Ik zou ze ook niet aan kinderen aanraden, omdat ze geschreven zijn in oud Nederlands en dat is lastig om te lezen.

Bronnen
Kleine gedigten voor kinderen – Hieronymus van Alphen (http://www.dbnl.org/tekst/alph002klei01_01/)
Syllabus Verlichting & Romantiek (blz. 10-12 + blz. 71-74)
Meneer Kroon

KLAS 5 Betoog Romantiek Max Havelaar - Multatuli

   Ik vind dat Max Havelaar van Multatuli grotendeels representatief is voor de Romantische literatuur.
   Voordat men echter in staat is een oordeel te vellen over het wel of niet behoren van de Max Havelaar tot de Romantische literatuur, is het nodig iets meer te weten over deze literaire stroming. De Romantiek is een periode die duurde van ongeveer 1770 tot 1880. Deze stroming is een tegenbeweging van het Classicisme, waarin het vooral gaat om ingetogenheid en waar de nadruk ligt op het verstand. De Romantiek is een stuk uitbundiger en er is meer ruimte om gevoelens te uiten. Dit wordt gedaan op twee manieren: het non-conformisme en het escapisme. Het non-conformisme kan worden gezien als een vorm van protest. De schrijver zet zich af tegen de bestaande ideeën en laat zien wat er verkeerd is in deze maatschappij. Ook legt hij sterk de nadruk op het individualisme door anders te zijn dan anderen. In het escapisme gebeurt juist het omgekeerde. De schrijver gaat de confrontatie niet aan, maar vlucht weg voor de dingen die hij onjuist vindt. Hij kan dan onder andere vluchten in de natuur, het geloof, het verleden, humor, verre landen en in het ergste geval de dood.
   De Max Havelaar is opgedeeld in twee delen: het deel van Batavus Droogstoppel en het deel waarin Ludwig Stern vertelt over Max Havelaar. In het deel van Droogstoppel is veel vluchtgedrag te zien. Droogstoppel verklaart alle problemen die Havelaar aankaart met zijn geloof. Wanneer dominee Wawelaar de volgende woorden tot hem spreekt, is Batavus hier ook gelijk van overtuigd: ‘Is er niet veel rijkdom in Nederland? Dat komt door het geloof! Heerst in Frankrijk niet overal moord en doodslag? Juist, en dat komt doordat ze daar katholiek zijn. Zijn niet de Javanen arm? Het zijn heidenen. Hoe langer de Hollanders met de Javanen omgaan, hoe meer rijkdom hier zal komen en hoe meer armoede daar. Dat is de wil van God!’
   Er zijn echter nog meer personen die vluchten voor de ontmaskeringen van Havelaar. Dit zijn de bestuurders in Lebak en de andere districten op Java. Al deze hoge heren zijn corrupt en achterbaks en willen niet onder ogen zien dat het de verkeerde kant op gaat met Java. Havelaar heeft de grootste moeite om de verkeerde dingen aan het licht te brengen, doordat de regenten, residenten, gouverneur-generaals enzovoorts, niet mee willen werken aan zijn onderzoeken. Deze zijn bang voor wat er zal gebeuren als ze hun mond open doen.
   De stukken waarin Droogstoppel aan het woord is bevatten veel humor. Dit komt vooral door het feit dat de chagrijnige, pessimistische Batavus een grote tegenstelling vormt met de rechtvaardige, optimistische Havelaar die in de andere hoofdstukken aan bod komt. Droogstoppel is als het ware de classicist en Havelaar de romanticus. Droogstoppel vertrouwt alleen op zijn verstand en zijn geloof en houdt zijn gevoelens angstvallig in bedwang. Havelaar laat zijn gevoelens de vrije loop en laat zijn verstand daarbij dikwijls varen: ‘En hij was soepeler nog dan soepel. Met een gulheid die aan de fouten herinnerde die hem zelf zo arm hadden gemaakt, gaf hij steeds een voorschot aan de regent, zodat deze niet de behoefte had de gewone man nog harder te treffen.’ Havelaar stelt het geluk van de inlanders boven dat van zichzelf en zijn gezin.
   Verder is het boek één grote aanklacht, niet alleen tegen het Nederlandse bestuur van Java, maar ook tegen de burgerlijke onverschilligheid. Multatuli wilde gehoord worden door de mensen, en dit is ook precies de reden waarom hij dit boek heeft geschreven. Dit is kenmerkend voor het non-conformisme in de stroming Romantiek, omdat het een vorm van protest is.
   Wat totaal niet kenmerkend is voor de Romantiek, is het feit dat alles is opgeschreven zoals het is, heel realistisch dus. Multatuli zegt aan het einde van het boek: ‘Ja, ik zal gelezen worden! Als dit doel wordt bereikt, zal ik tevreden zijn. Want het was me niet te doen om mooi te schrijven. Ik wilde zo schrijven dat het werd gehoord. En, zoals iemand die ‘houd de dief!’ roept zich weinig aantrekt van de stijl van zijn geïmproviseerde toespraak, zo laat het mij ook volstrekt koud hoe men de manier zal beoordelen waarop ik mijn ‘houd de dief!’ heb uitgeschreeuwd.’ In de Romantiek wordt er veel beschreven en dat is in het Realisme niet zo. Wat dat betreft heeft het boek meer weg van het realisme.
   Max Havelaar is dus grotendeels representatief voor de Romantische literatuur, omdat het personen beschrijft die vluchtgedrag vertonen, omdat het veel humor en een zeer romantisch personage bevat en omdat het boek een aanklacht is tegen de bestaande ideeën. Het is niet volledig romantisch, omdat er op een zeer realistische manier is geschreven.
   Ik zou iedereen aanraden dit boek te lezen, omdat het van groot belang is geweest voor het onafhankelijk worden van Java. Ik zou het ook aanbevelen, omdat het Multatuli’s wens is gelezen te worden, zoals hij dat zelf ook duidelijk zegt!
Bronnen
Max Havelaar – Multatuli
Syllabus Verlichting & Romantiek (blz. 14-18 + 117-121)
Meneer Kroon

zondag 22 april 2012

KLAS 4 Leesverslag De Tweeling – Tessa de Loo

Algemene informatie

Beschrijving
Tessa de Loo – De Tweeling
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 1993
Druk: Veertiende druk (1994)
Aantal pagina’s: 435

Genre
De Tweeling is een psychologische roman, die is geconstrueerd door middel van een raamvertelling. Twee zussen kijken terug op hun leven. Er lopen dus constant twee verhaallijnen door elkaar. Het boek kan ook worden beschouwd als een oorlogsroman, omdat de oorlog in een groot gedeelte van het boek centraal staat.

 Samenvatting
    In de herfst van 1990 verblijft de 74-jarige Lotte Goudriaan enige weken in het kuuroord Spa in de Belgische Ardennen. Zij lijdt aan artrose en de kuur die zij volgt, is bedoeld om haar pijn te verlichten. Op de derde dag ontmoet zij in de rustzaal van het Thermaal Instituut een Duitse vrouw van haar leeftijd. Zij is ook wegens versleten gewrichten bezig aan een kuur. De vrouw blijkt afkomstig te zijn uit Keulen en dat is ook de stad waar Lotte geboren is. Snel wordt duidelijk dat de Duitse, Anna Grosalie genaamd, de tweelingzus van Lotte is. Toen zij zes jaar oud waren, overleden hun ouders kort na elkaar. De familie besloot daarop dat Anna bij een oom en een tante op het Duitse platteland zou worden opgevoed, terwijl Lotte werd ondergebracht bij het gezin van een neef van de vader in Nederland. Door slechte verhoudingen binnen de familie, maar vooral door de oorlog zijn de twee zussen elkaar uit het oog verloren. Na hun gedwongen scheiding hebben ze elkaar slechts twee keer ontmoet, de laatste keer vlak na de oorlog.
    Hun toevallige weerzien na al die tijd is vanzelfsprekend een emotionele aangelegenheid. Tijdens wandelingen in de bosrijke omgeving van Spa, in de conversatiezaal van het Thermaal Instituut, in een restaurant of in een van de lokale patisserieën vertellen zij elkaar wat ze hebben meegemaakt, sinds ze als jonge kinderen gescheiden werden. Daarbij passeert vooral de eerste dertig jaar de revue. Lotte neemt vanaf het begin een koele en gereserveerde houding aan; soms wekt ze zelfs de indruk na al die jaren niets met haar Duitse tweelingzus (en dus haar eigen Duitse verleden) te maken te willen hebben. Anna is daarentegen verrukt over het weerzien en ze is blij eindelijk haar levensverhaal te kunnen delen met degene bij wie ze zich vanaf de geboorte het meest geborgen heeft geweten.
   Anna komt na de dood van haar ouders terecht in een arm katholiek dorpsmilieu aan de rand van het Teutoburger Wald. Haar grootvaders boerderij wordt geleid door haar oom Heinrich, een vertwijfelde man die eigenlijk helemaal geen boer wil zijn. Zijn luie, geniepige vrouw Martha maakt het leven voor Anna bijna ondraaglijk. Hoewel Anna goed kan leren, mag ze niet naar het gymnasium en wordt ze gedwongen om op de boerderij mee te helpen. Wanneer ze in de puberteit belangstelling voor een jongen toont, straft haar oom dat af met fysieke mishandeling. Ze wordt dan enige tijd uit huis genomen om in een klooster op krachten te komen, waarna ze weer teruggaat naar de boerderij onder het toeziend oog van de kinderbescherming. Inmiddels is Hitler sinds 1933 aan de macht en in de daarop volgende jaren komt ook het dorp steeds meer in de greep van het nazisme. Rond haar twintigste ontvlucht Anna de boerderij van haar oom en keert zij in haar eentje terug naar Keulen, waar ze een baan vindt als dienstmeisje.
   In vergelijking met de jeugd van Anna was de van Lotte vrijwel zorgeloos verlopen. Zij groeit op in de mooie bosrijke omgeving van het Gooi in een progressief socialistisch niet-godsdienstig milieu. Haar stiefvader houdt zich vooral bezig met het lezen van Marx en de ontwikkeling van geluidstechniek. Lottes jeugd staat in het tegen van de muziek en ze krijgt alle gelegenheid om haar zangtalent te ontplooien. Het huwelijk van haar nieuwe ouders is echter niet optimaal; de escapades van haar humeurige, egocentrische vader maken haar moeder depressief en later balanceert hij als gevolg van een ongeluk maanden op het randje van de dood. Naarmate de jaren dertig verstrijken neemt in Lottes omgeving de bezorgdheid toe over de politieke en maatschappelijke veranderingen in het naburige Duitsland.
   Wanneer het Duitse leger in september 1939 Polen binnenvalt en de Tweede Wereldoorlog feitelijk begint, heeft Anna een betrekking als kamermeisje bij een adellijke familie op een landgoed aan de rand van Keulen. Lotte achterhaalt haar adres en nieuwsgierig geworden naar haar eigen wortels, besluit ze haar tweelingzus te gaan opzoeken. Hun ontmoeting tijdens oudjaar is echter een tegenvallende gebeurtenis voor Lotte. Zij kan het weerzien met Anna en haar eigen geboorteland niet los zien van haar kennismaking met het nazisme, dat zich overal zichtbaar in het Duitse dagelijkse leven heeft genesteld. Hoewel de Duitse inval in Nederland nog vijf maanden op zich zou laten wachten, krijgt voor Lotte het begrip ‘vijand’ voor het eerst van haar leven een concrete betekenis.
   De oorlog grijpt om zich heen. Na een ontmoeting met de Oostenrijkse soldaat Martin Grosalie ontwikkelt Anna een verhouding met hem. Hun relatie zal echter vooral uit een briefwisseling bestaan, omdat hij meestal ergens in Europa aan het front ligt. Ook nadat ze midden in de oorlog in Wenen zijn getrouwd, leven ze het goeddeels van elkaar gescheiden. Anna verhuist met de adellijke familie naar een slot in het oosten van Duitsland, omdat het in Keulen te gevaarlijk is geworden wegens de Engelse bombardementen. Lotte ervaart de oorlog voor het eerst aan den lijve wanneer in de beginjaren van de bezetting een joodse vriend van haar wordt opgepakt en naar Duitsland gestuurd. Zij is lid van het omroepkoor, maar ze verliest haar baan nadat ze weigert zich bij de Kultuurkamer te laten registreren. Vooral na de ernstige ziekte van haar pleegmoeder, gaat vervolgens al haar aandacht uit naar de verzorging van het gezin en de vele onderduikers die inmiddels bij de familie inwonen. Maar ook in Duitsland worden vanaf 1942 de leefomstandigheden steeds slechter en groeit de anarchie. Door de Russische dreiging aan het oostfront zegt Anna op aandrang van haar echtgenoot haar baan op en verhuist ze naar Wenen in afwachting van zijn terugkeer. Vlak na haar aankomst krijgt ze het bericht van zijn dood op het slagveld.
   In de slotfase van de oorlog werk Anna als Rode Kruiszuster in de veldhospitalen van het Duitse leger in Oostenrijk en de Beierse Alpen en ervaart ze zo het oorlogsleed van dichtbij. Op haar beurt leert Lotte tijdens de hongerwinter in Nederland wat schaarste betekent; voor haar en haar familie is leven nog slechts proberen te overleven. Uit angst voor een lege toekomst en omdat ze ook niet langer thuis wil blijven wonen, trouwt Lotte in het zicht van de bevrijding in alle stilte met een van de onderduikers, de violenmaker Ernst Goudriaan.
   De  komst van de Amerikaanse bevrijders maakt een einde aan Anna’s werkzaamheden als verpleegster. De veldhospitalen gaan een voor een dicht en na een korte gevangenschap wordt zij maandenlang meegesleurd in de algehele ontreddering waarin het land verkeert. Op haar eenzame zwerftocht door het westen van Duitsland ontmoet ze uiteindelijk een vrouw die haar in contact brengt met de directrice van een opleidingsinstituut voor sociaal werksters. Zij wordt toegelaten tot de opleiding en kan vervolgens haar nieuwe leven gaan opbouwen. Na de bevrijding van Nederland gaat Lotte met haar man in Den Haag wonen. Enige tijd na de oorlog weet Anna haar adres te achterhalen. Bij haar bezoek in Den Haag wiil Lotte echter niets van Anna weten; ze weigert zelfs Duits met haar te spreken en voor zover er sprake is van een dialoog fungeert de echtgenoot van Lotte als tussenpersoon. Lotte en haar man (die tien jaar voor het weerzien in Spa is overleden) zullen vijf kinderen krijgen. Anna hertrouwt niet en zal jarenlang bij de kinderbescherming werkzaam zijn.
   Aan het begin van de derde week in Spa, op de ochtend na het laatste gesprek tussen de twee zussen, sterft Anna in een veenturfbad aan een hartaanval. Wanneer een medewerker van het Thermaal Instituut aan Lotte vraagt naar haar band met de vrouw, antwoordt zij aarzelend, maar toch geëmotioneerd dat Anna haar zuster is. Vol wroeging beseft Lotte op dat moment dat haar erkenning van de familieband met haar Duitse wederhelft te laat is gekomen.

Paspoort van de schrijver

Tessa de Loo, schrijfster van boeken als De Tweeling en Isabelle is vandaag de dag een van de meest gerespecteerde schrijfsters van Nederland. Ze is niet zo iemand die van kinds af aan al schrijfster wilde worden, ‘het schrijven heeft haar overrompeld en ze heeft geen weerstand geboden’, zoals ze het zelf zo mooi zegt. Wat is het verhaal van dit schrijvend wonder?

Leven
In 1946 wordt, vlak na de oorlog, op 15 oktober in Bussum Tessa de Loo (pseudoniem van Johanna Martina (Tineke) Duyvené de Wit) geboren. Als ze drie jaar is, verhuist ze met haar ouders naar Amsterdam naar het huis van haar overgrootvader. Ze zijn in de oorlog echter zo arm geworden dat ze geen geld hebben voor het openbaar vervoer en een auto hebben ze ook niet. Daarom gaan ze te voet naar Amsterdam. Vandaag de dag houdt ze nog steeds veel van wandelen dus ze grapt zelf dat ze die behoefte aan lopen aan die lange reis heeft overgehouden. Op de middelbare school leest, tekent en schildert ze veel, maar presteert ze verder slecht. Na de middelbare school wil ze zelf naar de kunstacademie, maar haar ouders adviseren haar ‘Nederlandse taal en letterkunde’ te gaan studeren in Utrecht. Dat doet ze uiteindelijk ook. Op haar twintigste trouwt ze en vier jaar later krijgt ze een zoon, Joris. Ze stopt met haar studie en begint met lesgeven.  In 1980 scheidt ze van haar man en verhuist ze met haar zoon naar Pieterburen. Daar pakt ze haar studie weer op. Voor haar eindscriptie schrijft ze over ‘De aard van de ironie bij Gerard Reve’. Ze begint onbewust dingen op te schrijven en komt er later achter dat er een goed verhaal voor haar ligt met een begin, een middenstuk en een eind. Op dat moment beseft ze dat ze wil en kan schrijven. Ze begint weer met schrijven, onder de Pseudoniem ‘Tessa de Loo’. Er zijn drie redenen voor deze naam. Om te beginnen is Tesseloo een plaatsje in de Ardennen, Tessa komt van Theresia, wier naamdag op haar verjaardag valt en als laatste heette haar overgrootmoeder met haar achternaam Van Loo. Dit pseudoniem paste gewoonweg perfect bij haar. Vandaag de dag woont ze in Portugal en werkt ze aan een nieuw boek. 

Werken
   Tessa de Loo is een zeer veelzijdige vrouw. Ze schrijft niet alleen romans, maar ook novellen, verhalen en reisreportages. Zo houdt ze het niet alleen spannend voor de lezers, maar ook voor zichzelf. Zelf zegt ze: ‘Het schrijven van een roman is als een reis door een onbekend land waarvan geen kaarten bestaan. Welke obstakels zal ik onderweg tegenkomen? Waarheen voert het pad, of zal het een doodlopende weg blijken? Er is niemand aan wie je de weg kunt vragen.’
   In het eerste nummer van jaargang 1983 publiceert het literaire tijdschrift ‘Maatstaf’ het verhaal ‘Muziekles’ en twee nummers later het verhaal ‘De meisjes van de suikerwerkfabriek’.  Daar schrijft ze nog vier verhalen bij, zodat ze de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek kan uitgeven. Hierna heeft ze nog vele andere verhalen geschreven. In totaal heeft ze ook negen reisverhalen gepubliceerd. Een daarvan is het verhaal ‘De geur van Portugal’ dat is verschenen in HP/De Tijd in 2000. Tessa heeft de volgende romans geschreven:
·         Meander (1986)
·         Het rookoffer (1987)
·         Het mirakel van de hond (1988)
·         Isabelle (1989)
·         De Tweeling (1993)
·         Een varken in het paleis (1998)
·         Een gevaar op de weg (1999)
·         Een bed in de hemel (2000)
·         De zoon uit Spanje (2004)
·         Harlekino (2008)
Van deze romans zijn Isabelle en De Tweeling verfilmd. De Loo heeft zich niet met de verfilmingen bemoeid. Van Isabelle zijn zelfs twee films en een toneelstuk gemaakt. Ze heeft de scripts doorgelezen en heeft het voor de rest helemaal aan de regisseurs overgelaten. Het Rookoffer was het boekenweekgeschenk van 1987. De Tweeling heeft de Publieksprijs voor het Nederlandse Boek 1994 gewonnen en ook de Otto von Gablentz-prijs van 1994. Een bed in de hemel heeft The International IMPAC Dublin Literary Award voor het jaar 2004 gewonnen. Haar werk is in 21 talen vertaald; De Tweeling is het meest vertaald.  

Stijl en inspiratie
   Vaak schrijven mensen zodat ze de vergankelijkheid bestrijden. Tessa de Loo hoort niet bij deze groep mensen: ‘Ik ben al tevreden als de mensen een jaar later nog weten waar het ongeveer over ging, alleen omdat het zo mooi was opgeschreven.’ Vaak haalt De Loo haar inspiratie uit haar reizen. Hierover schrijft zij  reisverhalen of ze verwerkt aspecten van de reis in romans. Dit kunnen dus ook dingen zijn die ze tegenkomt of bijvoorbeeld botsende belangen tussen landen. Zo is bijvoorbeeld ook De Tweeling ontstaan: twee meisjes van hetzelfde vlees en bloed kunnen niet met elkaar in het reine komen doordat zij in twee totaal verschillende wereld zijn opgevoed. Er zijn verder geen verbanden tussen het leven van de tweeling en het leven van de schrijfster. De Loo is pas na de oorlog geboren en haar leven valt dus niet met dat van hen te vergelijken.
    De stijl waarin Tessa schrijft is zeer populair omdat zij altijd in een prozastijl schrijft die zeer toegankelijk is. Er wordt altijd een intrigerende verhaallijn uitgewerkt. Ook de thematiek, vaak conflictueuze liefdes waarin macht een belangrijke factor is, zorgen voor een grote populariteit. Kortom, een schrijfster die haar publiek altijd blijft boeien. Dat doet ze nu en dat zal ze, als het aan haar ligt, nog lange tijd blijven doen!

Bronnen

De Tweeling - Tessa de Loo
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Tweeling (samenvatting)
www.tessadeloo.nl