zondag 22 april 2012

KLAS 4 Leesverslag De Tweeling – Tessa de Loo

Algemene informatie

Beschrijving
Tessa de Loo – De Tweeling
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 1993
Druk: Veertiende druk (1994)
Aantal pagina’s: 435

Genre
De Tweeling is een psychologische roman, die is geconstrueerd door middel van een raamvertelling. Twee zussen kijken terug op hun leven. Er lopen dus constant twee verhaallijnen door elkaar. Het boek kan ook worden beschouwd als een oorlogsroman, omdat de oorlog in een groot gedeelte van het boek centraal staat.

 Samenvatting
    In de herfst van 1990 verblijft de 74-jarige Lotte Goudriaan enige weken in het kuuroord Spa in de Belgische Ardennen. Zij lijdt aan artrose en de kuur die zij volgt, is bedoeld om haar pijn te verlichten. Op de derde dag ontmoet zij in de rustzaal van het Thermaal Instituut een Duitse vrouw van haar leeftijd. Zij is ook wegens versleten gewrichten bezig aan een kuur. De vrouw blijkt afkomstig te zijn uit Keulen en dat is ook de stad waar Lotte geboren is. Snel wordt duidelijk dat de Duitse, Anna Grosalie genaamd, de tweelingzus van Lotte is. Toen zij zes jaar oud waren, overleden hun ouders kort na elkaar. De familie besloot daarop dat Anna bij een oom en een tante op het Duitse platteland zou worden opgevoed, terwijl Lotte werd ondergebracht bij het gezin van een neef van de vader in Nederland. Door slechte verhoudingen binnen de familie, maar vooral door de oorlog zijn de twee zussen elkaar uit het oog verloren. Na hun gedwongen scheiding hebben ze elkaar slechts twee keer ontmoet, de laatste keer vlak na de oorlog.
    Hun toevallige weerzien na al die tijd is vanzelfsprekend een emotionele aangelegenheid. Tijdens wandelingen in de bosrijke omgeving van Spa, in de conversatiezaal van het Thermaal Instituut, in een restaurant of in een van de lokale patisserieën vertellen zij elkaar wat ze hebben meegemaakt, sinds ze als jonge kinderen gescheiden werden. Daarbij passeert vooral de eerste dertig jaar de revue. Lotte neemt vanaf het begin een koele en gereserveerde houding aan; soms wekt ze zelfs de indruk na al die jaren niets met haar Duitse tweelingzus (en dus haar eigen Duitse verleden) te maken te willen hebben. Anna is daarentegen verrukt over het weerzien en ze is blij eindelijk haar levensverhaal te kunnen delen met degene bij wie ze zich vanaf de geboorte het meest geborgen heeft geweten.
   Anna komt na de dood van haar ouders terecht in een arm katholiek dorpsmilieu aan de rand van het Teutoburger Wald. Haar grootvaders boerderij wordt geleid door haar oom Heinrich, een vertwijfelde man die eigenlijk helemaal geen boer wil zijn. Zijn luie, geniepige vrouw Martha maakt het leven voor Anna bijna ondraaglijk. Hoewel Anna goed kan leren, mag ze niet naar het gymnasium en wordt ze gedwongen om op de boerderij mee te helpen. Wanneer ze in de puberteit belangstelling voor een jongen toont, straft haar oom dat af met fysieke mishandeling. Ze wordt dan enige tijd uit huis genomen om in een klooster op krachten te komen, waarna ze weer teruggaat naar de boerderij onder het toeziend oog van de kinderbescherming. Inmiddels is Hitler sinds 1933 aan de macht en in de daarop volgende jaren komt ook het dorp steeds meer in de greep van het nazisme. Rond haar twintigste ontvlucht Anna de boerderij van haar oom en keert zij in haar eentje terug naar Keulen, waar ze een baan vindt als dienstmeisje.
   In vergelijking met de jeugd van Anna was de van Lotte vrijwel zorgeloos verlopen. Zij groeit op in de mooie bosrijke omgeving van het Gooi in een progressief socialistisch niet-godsdienstig milieu. Haar stiefvader houdt zich vooral bezig met het lezen van Marx en de ontwikkeling van geluidstechniek. Lottes jeugd staat in het tegen van de muziek en ze krijgt alle gelegenheid om haar zangtalent te ontplooien. Het huwelijk van haar nieuwe ouders is echter niet optimaal; de escapades van haar humeurige, egocentrische vader maken haar moeder depressief en later balanceert hij als gevolg van een ongeluk maanden op het randje van de dood. Naarmate de jaren dertig verstrijken neemt in Lottes omgeving de bezorgdheid toe over de politieke en maatschappelijke veranderingen in het naburige Duitsland.
   Wanneer het Duitse leger in september 1939 Polen binnenvalt en de Tweede Wereldoorlog feitelijk begint, heeft Anna een betrekking als kamermeisje bij een adellijke familie op een landgoed aan de rand van Keulen. Lotte achterhaalt haar adres en nieuwsgierig geworden naar haar eigen wortels, besluit ze haar tweelingzus te gaan opzoeken. Hun ontmoeting tijdens oudjaar is echter een tegenvallende gebeurtenis voor Lotte. Zij kan het weerzien met Anna en haar eigen geboorteland niet los zien van haar kennismaking met het nazisme, dat zich overal zichtbaar in het Duitse dagelijkse leven heeft genesteld. Hoewel de Duitse inval in Nederland nog vijf maanden op zich zou laten wachten, krijgt voor Lotte het begrip ‘vijand’ voor het eerst van haar leven een concrete betekenis.
   De oorlog grijpt om zich heen. Na een ontmoeting met de Oostenrijkse soldaat Martin Grosalie ontwikkelt Anna een verhouding met hem. Hun relatie zal echter vooral uit een briefwisseling bestaan, omdat hij meestal ergens in Europa aan het front ligt. Ook nadat ze midden in de oorlog in Wenen zijn getrouwd, leven ze het goeddeels van elkaar gescheiden. Anna verhuist met de adellijke familie naar een slot in het oosten van Duitsland, omdat het in Keulen te gevaarlijk is geworden wegens de Engelse bombardementen. Lotte ervaart de oorlog voor het eerst aan den lijve wanneer in de beginjaren van de bezetting een joodse vriend van haar wordt opgepakt en naar Duitsland gestuurd. Zij is lid van het omroepkoor, maar ze verliest haar baan nadat ze weigert zich bij de Kultuurkamer te laten registreren. Vooral na de ernstige ziekte van haar pleegmoeder, gaat vervolgens al haar aandacht uit naar de verzorging van het gezin en de vele onderduikers die inmiddels bij de familie inwonen. Maar ook in Duitsland worden vanaf 1942 de leefomstandigheden steeds slechter en groeit de anarchie. Door de Russische dreiging aan het oostfront zegt Anna op aandrang van haar echtgenoot haar baan op en verhuist ze naar Wenen in afwachting van zijn terugkeer. Vlak na haar aankomst krijgt ze het bericht van zijn dood op het slagveld.
   In de slotfase van de oorlog werk Anna als Rode Kruiszuster in de veldhospitalen van het Duitse leger in Oostenrijk en de Beierse Alpen en ervaart ze zo het oorlogsleed van dichtbij. Op haar beurt leert Lotte tijdens de hongerwinter in Nederland wat schaarste betekent; voor haar en haar familie is leven nog slechts proberen te overleven. Uit angst voor een lege toekomst en omdat ze ook niet langer thuis wil blijven wonen, trouwt Lotte in het zicht van de bevrijding in alle stilte met een van de onderduikers, de violenmaker Ernst Goudriaan.
   De  komst van de Amerikaanse bevrijders maakt een einde aan Anna’s werkzaamheden als verpleegster. De veldhospitalen gaan een voor een dicht en na een korte gevangenschap wordt zij maandenlang meegesleurd in de algehele ontreddering waarin het land verkeert. Op haar eenzame zwerftocht door het westen van Duitsland ontmoet ze uiteindelijk een vrouw die haar in contact brengt met de directrice van een opleidingsinstituut voor sociaal werksters. Zij wordt toegelaten tot de opleiding en kan vervolgens haar nieuwe leven gaan opbouwen. Na de bevrijding van Nederland gaat Lotte met haar man in Den Haag wonen. Enige tijd na de oorlog weet Anna haar adres te achterhalen. Bij haar bezoek in Den Haag wiil Lotte echter niets van Anna weten; ze weigert zelfs Duits met haar te spreken en voor zover er sprake is van een dialoog fungeert de echtgenoot van Lotte als tussenpersoon. Lotte en haar man (die tien jaar voor het weerzien in Spa is overleden) zullen vijf kinderen krijgen. Anna hertrouwt niet en zal jarenlang bij de kinderbescherming werkzaam zijn.
   Aan het begin van de derde week in Spa, op de ochtend na het laatste gesprek tussen de twee zussen, sterft Anna in een veenturfbad aan een hartaanval. Wanneer een medewerker van het Thermaal Instituut aan Lotte vraagt naar haar band met de vrouw, antwoordt zij aarzelend, maar toch geëmotioneerd dat Anna haar zuster is. Vol wroeging beseft Lotte op dat moment dat haar erkenning van de familieband met haar Duitse wederhelft te laat is gekomen.

Paspoort van de schrijver

Tessa de Loo, schrijfster van boeken als De Tweeling en Isabelle is vandaag de dag een van de meest gerespecteerde schrijfsters van Nederland. Ze is niet zo iemand die van kinds af aan al schrijfster wilde worden, ‘het schrijven heeft haar overrompeld en ze heeft geen weerstand geboden’, zoals ze het zelf zo mooi zegt. Wat is het verhaal van dit schrijvend wonder?

Leven
In 1946 wordt, vlak na de oorlog, op 15 oktober in Bussum Tessa de Loo (pseudoniem van Johanna Martina (Tineke) Duyvené de Wit) geboren. Als ze drie jaar is, verhuist ze met haar ouders naar Amsterdam naar het huis van haar overgrootvader. Ze zijn in de oorlog echter zo arm geworden dat ze geen geld hebben voor het openbaar vervoer en een auto hebben ze ook niet. Daarom gaan ze te voet naar Amsterdam. Vandaag de dag houdt ze nog steeds veel van wandelen dus ze grapt zelf dat ze die behoefte aan lopen aan die lange reis heeft overgehouden. Op de middelbare school leest, tekent en schildert ze veel, maar presteert ze verder slecht. Na de middelbare school wil ze zelf naar de kunstacademie, maar haar ouders adviseren haar ‘Nederlandse taal en letterkunde’ te gaan studeren in Utrecht. Dat doet ze uiteindelijk ook. Op haar twintigste trouwt ze en vier jaar later krijgt ze een zoon, Joris. Ze stopt met haar studie en begint met lesgeven.  In 1980 scheidt ze van haar man en verhuist ze met haar zoon naar Pieterburen. Daar pakt ze haar studie weer op. Voor haar eindscriptie schrijft ze over ‘De aard van de ironie bij Gerard Reve’. Ze begint onbewust dingen op te schrijven en komt er later achter dat er een goed verhaal voor haar ligt met een begin, een middenstuk en een eind. Op dat moment beseft ze dat ze wil en kan schrijven. Ze begint weer met schrijven, onder de Pseudoniem ‘Tessa de Loo’. Er zijn drie redenen voor deze naam. Om te beginnen is Tesseloo een plaatsje in de Ardennen, Tessa komt van Theresia, wier naamdag op haar verjaardag valt en als laatste heette haar overgrootmoeder met haar achternaam Van Loo. Dit pseudoniem paste gewoonweg perfect bij haar. Vandaag de dag woont ze in Portugal en werkt ze aan een nieuw boek. 

Werken
   Tessa de Loo is een zeer veelzijdige vrouw. Ze schrijft niet alleen romans, maar ook novellen, verhalen en reisreportages. Zo houdt ze het niet alleen spannend voor de lezers, maar ook voor zichzelf. Zelf zegt ze: ‘Het schrijven van een roman is als een reis door een onbekend land waarvan geen kaarten bestaan. Welke obstakels zal ik onderweg tegenkomen? Waarheen voert het pad, of zal het een doodlopende weg blijken? Er is niemand aan wie je de weg kunt vragen.’
   In het eerste nummer van jaargang 1983 publiceert het literaire tijdschrift ‘Maatstaf’ het verhaal ‘Muziekles’ en twee nummers later het verhaal ‘De meisjes van de suikerwerkfabriek’.  Daar schrijft ze nog vier verhalen bij, zodat ze de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek kan uitgeven. Hierna heeft ze nog vele andere verhalen geschreven. In totaal heeft ze ook negen reisverhalen gepubliceerd. Een daarvan is het verhaal ‘De geur van Portugal’ dat is verschenen in HP/De Tijd in 2000. Tessa heeft de volgende romans geschreven:
·         Meander (1986)
·         Het rookoffer (1987)
·         Het mirakel van de hond (1988)
·         Isabelle (1989)
·         De Tweeling (1993)
·         Een varken in het paleis (1998)
·         Een gevaar op de weg (1999)
·         Een bed in de hemel (2000)
·         De zoon uit Spanje (2004)
·         Harlekino (2008)
Van deze romans zijn Isabelle en De Tweeling verfilmd. De Loo heeft zich niet met de verfilmingen bemoeid. Van Isabelle zijn zelfs twee films en een toneelstuk gemaakt. Ze heeft de scripts doorgelezen en heeft het voor de rest helemaal aan de regisseurs overgelaten. Het Rookoffer was het boekenweekgeschenk van 1987. De Tweeling heeft de Publieksprijs voor het Nederlandse Boek 1994 gewonnen en ook de Otto von Gablentz-prijs van 1994. Een bed in de hemel heeft The International IMPAC Dublin Literary Award voor het jaar 2004 gewonnen. Haar werk is in 21 talen vertaald; De Tweeling is het meest vertaald.  

Stijl en inspiratie
   Vaak schrijven mensen zodat ze de vergankelijkheid bestrijden. Tessa de Loo hoort niet bij deze groep mensen: ‘Ik ben al tevreden als de mensen een jaar later nog weten waar het ongeveer over ging, alleen omdat het zo mooi was opgeschreven.’ Vaak haalt De Loo haar inspiratie uit haar reizen. Hierover schrijft zij  reisverhalen of ze verwerkt aspecten van de reis in romans. Dit kunnen dus ook dingen zijn die ze tegenkomt of bijvoorbeeld botsende belangen tussen landen. Zo is bijvoorbeeld ook De Tweeling ontstaan: twee meisjes van hetzelfde vlees en bloed kunnen niet met elkaar in het reine komen doordat zij in twee totaal verschillende wereld zijn opgevoed. Er zijn verder geen verbanden tussen het leven van de tweeling en het leven van de schrijfster. De Loo is pas na de oorlog geboren en haar leven valt dus niet met dat van hen te vergelijken.
    De stijl waarin Tessa schrijft is zeer populair omdat zij altijd in een prozastijl schrijft die zeer toegankelijk is. Er wordt altijd een intrigerende verhaallijn uitgewerkt. Ook de thematiek, vaak conflictueuze liefdes waarin macht een belangrijke factor is, zorgen voor een grote populariteit. Kortom, een schrijfster die haar publiek altijd blijft boeien. Dat doet ze nu en dat zal ze, als het aan haar ligt, nog lange tijd blijven doen!

Bronnen

De Tweeling - Tessa de Loo
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Tweeling (samenvatting)
www.tessadeloo.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten