woensdag 30 mei 2012

KLAS 5 Leesverslag De Thuiskomst – Anna Enquist

Algemene informatie
Beschrijving
Anna Enquist – De Thuiskomst
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 2005
Druk: Eerste druk
Aantal pagina’s: 415

Genre
De Thuiskomst is een historische roman. Anna Enquist heeft geschreven over het leven van Elizabeth Cook, de vrouw van James Cook. James Cook was een Britse zeevaarder en cartograaf. Hij is bekend geworden door zijn drie ontdekkingstochten naar de Grote Oceaan.

Samenvatting
Deel 1
April 1775. De 34-jarige Elizabeth Cook wacht op de terugkeer van haar man James. Deze selfmade zeeman is in 1772 voor een tweede grote zeereis uitgevaren om in opdracht van de Royal Society onbekende gebieden in kaart te brengen. Elizabeth hoopt dat hij het varen eraan zal geven en voor zijn gezin zal kiezen. Ze heeft in de tijd dat hij van huis was veel verdriet moeten verwerken: drie van haar vijf kinderen zijn overleden: Joseph (1768), Elly (1771) en George (1772). Vooral de dood van Elly, haar enige dochter, heeft haar aangegrepen. Ze voelt zich er schuldig aan omdat het meisje werd overreden door een koets toen Elizabeth even niet oplette. De twee overgebleven zonen (James, 12 jaar; Nathaniel, 11 jaar) kennen hun vader nauwelijks. Overeenkomstig de wil van hun vader zullen ze naar de zeevaartschool gaan, hoewel de zachtaardige Nathaniel, die prachtig viool kan spelen, liever iets in de muziek wil gaan doen.
In haar eenzaamheid krijgt ze steun van Hugh Palliser, een oude vriend van de familie. Palliser is thesaurier van de Marine en heeft James flink geholpen bij zijn carrière. Ook Frances (James’ achternichtje) is haar tot steun: Elizabeth schrijft haar lange brieven waarin ze haar hart lucht. Van James ontvangt ze uitgebreide brieven, die vooral gaan over zijn reizen enn ontdekkingen. Op zijn advies houdt ze een thuisjournaal bij waarin ze de gebeurtenissen van alledag noteert. Ze stopt ermee na de dood van George.
Na zijn terugkomst heeft James het druk met het afwikkelen van allerlei zaken, zoals het redigeren en publiceren van zijn journaals. Hij wordt bij de koning ontboden, krijgt alom lof toegezwaaid, wordt voorgedragen als lid van de Academie en krijgt zijn verwachte promotie tot kapitein. Tot genoegen van Elizabeth accepteert hij een benoeming tot medebevelhebber in het Marinehospitaal, ‘Een verkapte pensionering’ (p.89). Ze raakt opnieuw zwanger.

Deel II
In het begin van het nieuwe jaar worden voorbereidingen getroffen voor een nieuwe zeereis. De koning heeft een riante beloning uitgeloofd voor degene die een noordelijke doorgang ontdekt. James belooft zijn vrouw en kinderen dat hij niet meer op reis zal gaan (‘ik heb genoeg gevaren’, p.139): een collega van hem, kapitein Clerke, acht hij prima in staat de expeditie te leiden. Maar de Admiraliteit is het daar niet mee eens: ze vindt Clerke te weinig serieus en een rokkenjager. Ook andere kandidaten vallen af. Om de impasse te doorbreken biedt James zich als bevelhebber aan. Zijn voorstel wordt dankbaar aangenomen. Tegen Elizabeth zegt hij dat het slechts om een formaliteit gaat: hij is nu degene die de bemanning kan zoeken en de voorbereidingen voor de reis kan treffen, tot het laatste moment kan hij zich nog laten vervangen. Elizabeth vertrouwt het maar weinig en is woedend op Hugh Palliser omdat die haar had beloofd er alles aan te doen om James aan de wal te houden. Na een succesvolle introductievoordracht over gezondheid van zeelieden wordt James lid van de Academie. Tijdens een toevallige ontmoeting met de koning belooft James rundvee, pluimvee en paarden aan boord mee te nemen om aan de inlanders te schenken.
Elizabeth is hoogzwanger. Ze is ervan overtuigd dat ze een meisje zal baren, een vervangster voor Elly. Na een zware bevalling brengt ze echter een jongen ter wereld. James doopt hem Hugh, als eerbetoon aan zijn vriend. Elizabeth kan het niet accepteren (‘Het verkeerde kind’, p.231) en laat het zogen en de verzorging van het kind aan een min over, Charlotte. Ze noemt hem Benny: ‘Benjamin, dacht ze. Het jongste kind. Het laatste’ (p.234)
Begin augustus 1776 vaart James af naar Kaap de Goede Hoop. Hij wacht daar op de komst van Clerke, die hem zal aflossen voor de verdere reis. Maar als Clerke arriveert, wordt er tuberculose bij hem geconstateerd en besluit James als bevelhebber te blijven. Aan Elizabeth schrijft hij: ‘Ik kan mijn belofte aan jou niet houden. Het doet me pijn. Het is niet anders’ (p.259).

Deel III
Charlotte blijft Hugh verzorgen, Elizabeth kan het niet opbrengen een moeder voor hem te zijn. Ter afleiding van haar zorgen en verdriet helpt ze op een schooltje voor matrozenkinderen.
In 1780 ontvangt ze het bericht dat James in februari 1779 op Hawaï is overleden, vermoord door inboorlingen. In het journaal van Clerke, dat ze ter inzage krijgt, leest ze over de slechte conditie van de twee schepen, de vele vertragingen, de geweldige ontvangst op Hawaï, de vergeefse pogingen om via de Beringstraat een noordelijke doorvaart te vinden en de door averij noodgedwongen terugkeer naar Hawaï. De hernieuwde ontvangst op Hawaï was veel minder hartelijk, er waren schermutselingen en er werd gestolen. James had streng laten straffen en wilde het opperhoofd gijzelen om de gestolen waar terug te krijgen. Hoewel hij een stel gewapende mariniers bij zich had, liep het op een gevecht uit. James werd aangevallen en afgeslacht. Pas na dagenlang onderhandelen kreeg Clerke ‘de stoffelijke resten’ (p.284).
Als Hugh Palliser haar zijn deelneming komt betuigen, wordt ze woedend. Ze geeft hem de schuld van James’ dood. Hugh antwoordt dat James zelf naar zee wilde. ‘James heeft je verlaten, niet ik’ (p.297).
In 1781 verdrinkt haar zoon Nathaniel tijdens een reis naar West-Indië. Elizabeth is wekenlang wezenloos. Haar verdriet is extra schrijnend omdat Nathaniel na die reis zijn contract zou verbreken en zou stoppen met varen. In de gesprekken met meneer Hartland, organist en muziekleraar van Nathaniel, en zijn muziek vindt ze wat troost.
Via King (een medekapitein) en Isaac (een neef die ook aan boord was) krijgt Elizabeth wat meer informatie over de plotselinge dood van haar man. Onthullende informatie ontvangt ze echter van Boris Afanisovitsj, een Russische handelaar die haar de verzegelde laatste brief van kapitein Clerke overhandigt. In die brief, aan haar gericht, leest ze over James’ toenemende mateloze wreedheid, de slachting van inboorlingen en zijn afslachting. Clerke had vanaf het schip door een verrekijker alles kunnen volgen. De dode mariniers werden door de inlanders opgegeten, de resten van James pas na lang onderhandelen in delen overhandigd. Clerke had James een zeemansbegrafenis gegeven. Officiers hadden later om James’ kleren en bezittingen gedobbeld.
In het verslag van de derde zeereis leest Elizabeth de ‘leugens’ over haar man. Ze vraagt zich af wie hij in werkelijkheid was, wil hem begrijpen. Isaac neemt Elizabeth onder zijn hoede. Hij verhuist met haar in 1788 naar Clapham. Daar probeert ze een normaal leven te leiden: lezen, mensen ontvangen en soms uitgaan. De zoon van de inmiddels overleden meneer Hartland neemt haar mee naar concerten, waar ze geniet van nieuwe composities (Haydn, Mozart).
In 1793 sterft haar jongste zoon Hugh aan hevige koortsen, een jaar later is haar oudste zoon Jamie slachtoffer van een roofmoord. Maandenlang verkeert Elizabeth in een ‘beklagenswaardige toestand’ (p.382).
Nadat hij haar nog zijn liefde bekent, sterft Hugh Palliser in 1796. Enkele dagen later ontvangt ze via de notaris een verzegeld document. Het bevat een briefje van Hugh, waarin hij schrijft de laatste notities van James bewust te hebben achtergehouden omdat ze bij publicatie voor te veel opschudding zouden zorgen. Na een lange worsteling heeft hij besloten haar die toch te laten lezen: zo kan ze onbezwaard haar onderzoek naar zijn dood afmaken. Elizabeth leest over James’ plechtige ontvangst op Hawaï, waar hij als een koning en een god werd vereerd. James had zich op het eiland ‘thuis’ gevoeld en een plan bedacht om daar te kunnen blijven. Hij had zich geofferd zodat het eiland voor eeuwig aan hem verbonden zou zijn. ‘Het uiterste offer’ (p.399).
Isaac is overleden (1831). Elizabeth haalt uit de muurkast de kist waarin ze al die jaren haar geheime documenten heeft bewaard. Ze verbrandt de documenten in de vuurkorf in de boomgaard. Ze denkt: ‘Ik sta mijn leven op te stoken’ (p.404) en voelt zich opgelucht. Ze kijkt uit over het landschap. In de verte ziet ze James en haar kinderen.


Literair gewicht

Ik schaar De Thuiskomst onder literatuur, omdat het veel literaire kenmerken heeft. Ten eerste wordt er in het boek heel erg de nadruk gelegd op beschrijvingen, gedachten en sfeer. Al meteen op de eerste bladzijde van het boek kom je terecht in de gedachten van Elizabeth Cook. Ze kijkt naar de grote tafel die vol ligt met rommel en ze bedenkt dat ze die nodig eens leeg moet ruimen.  Ze wil dat de tafel leeg is als James thuiskomt:

 Hij verwacht een lege tafel als hij terugkomt, dacht ze. Hij zal koffers en tassen het huis in dragen vol journalen, schetsen en kaarten. Die moeten plat liggen op een schone tafel, geboend en gewreven zodat hij glimt als een waterplas. Een tafel die uitnodigt om er mappen op te leggen en stapels te maken van boeken en papieren in een volmaakte orde. Geen vuilnisbelt. De tuinkamer waarin de tafel staat, die vrijwel geheel door de tafel gevuld wordt – nee, er is ruimte genoeg, het is meer dat de tafel centraal staat in deze kamer, er is geen ontkomen aan, de kamer lijkt erom heen gebouwd, een tabernakel voor een houten altaar - , moet schoongemaakt en misschien gewit worden.
Blz. 13

Dit soort beschrijvingen kom je erg vaak tegen in het boek. Het boek is dik en een en al beschrijving. Hierdoor wordt het soms erg saai en kom je er lastig doorheen. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van flashbacks. Ten eerste door gedachten van Elizabeth over het verleden. Ze denkt vooral vaak aan haar gestorven kinderen en dan voornamelijk Elly. In dit fragment denkt ze terug aan het moment waarop James thuis kwam van zijn eerste reis. Hij weet nog niet dat hun dochtertje is overleden:

Maar het leek of een eerder weerzien zich voor het huidige wrong, of er een ontredderd meisje tussen haar ribben stond. Met grote stappen was hij toen, na de eerste wereldreis, het huis in gekomen, hoed in de hand, gebruind, gespierd. Zij had verslagen tegen het lauwe fornuis gestaan. Frances week met de jongens aan haar zij uit naar de gang. Hij was op anderhalve meter van haar tot stilstand gekomen, zijn ogen joegen snel langs de muren en vloer – geen pop, geen kinderstoel, geen verfrommeld schortje met papvlekken. Ze zag zijn wangen grijs worden.
Blz. 53

Er worden echter ook tijdsprongen gemaakt in de vorm van journalen van James. Elizabeth leest daarin over de reizen van haar man. Zo ben je als lezer even terug in de tijd. Dit is een dag uit het journaal van James Cook:

6 februari. Iedereen geroerd door het afscheid. Alles is hier anders geweest dan op de andere eilanden. Nergens werden we met meer respect bejegend. Toch lijken mijn mannen opgelucht nu we weer op zee zijn. Op weg naar het noorden, denken ze. Ik heb aangekondigd dat we eerst de kleinere eilanden in deze archipel gaan onderzoeken. Werd onpasselijk toen ik het zei. Onderzoeken! Ik weet nu dat onderzoek niets oplost. Feiten verzamelen, observeren, verslag leggen – zinloos. Het verleent je een schijn van weten, een schaamlap voor de machteloosheid. De tijd van onderzoek is voorbij! Het ware begrip onttrekt zich aan onderzoek. Ik weiger om aan dek te komen, ik zoek de uitputting die ik op het altaar ervoer. Toen was het ware begrip vlakbij, het ontglipte me op een haar na. God, wat haat ik die stinkende matrozen. Er staat een flinke bries. Ga me er niet mee bemoeien.
Blz. 397

In het boek worden ook zaken beschreven die afwijken van de heersende moraal. Een van die zaken is het feit dat Elizabeth eigenlijk helemaal niet blij is als James thuiskomt van een lange reis. Volgens de moraal moeten mensen heel blij zijn na lange tijd een persoon terug te zien van wie ze houden. Dit is bij Elizabeth helemaal niet het geval. Ze wil James eigenlijk liever weg hebben. Ze voelt zich niet met hem op haar gemak:

De tijd verstreek met razende vaart; voor ze het wist waren de jongens gaan slapen en schemerde het in de tuin. Avond, en straks de nacht. Ze stond gebogen over het vaatwerk en was zich hinderlijk bewust van de man die achter haar rug aan tafel zat. Een gast in haar huis die ze moest verwelkomen en ter wille zijn. Maar zo was het niet, hij woonde hier en zou hier blijven wonen. Ze moest terugtreden uit haar kamers om ruimte voor hem te maken. Zweet prikte in haar hals en ze dacht aan haar huid onder de zomerjurk, aan de onbekend geworden, zoute huid van de ander onder zijn uniform. Ze wilde stampvoeten van woede omdat ze het verlangen naar hem niet kon oproepen. Waar was het vuur van al die eenzame zomernachten, waarom voelde ze geen vreugde maar slechts een onbehaaglijk ongemak? Hij zat daar maar, zijn lange benen uitgestrekt onder de tafel, hij zat maar een keek. Straks zouden  ze naar boven gaan. Naar het bed.
Blz. 75

Wanneer Elizabeth voor de laatste keer zwanger is, is ze er heilig van overtuigd dat het kind dat ze in zich draagt een meisje is. Als ze er na een zware bevalling achter komt dat het een kind een jongetje is en dat het kind ook naar Hugh Palliser is vernoemd, voelt ze zich verschrikkelijk.  Nu heeft ze geen vervanging voor Elly gevonden en is ze eeuwig verbonden aan Hugh Palliser. Ze laat het jongetje, Benny, opvoeden door een min en heeft zelf geen enkele band met het kind. Dit is afwijkend van de heersende moraal. Het hoort zo te zijn dat moeders gelijk gek zijn op hun kinderen.

Een matroos erbij, dacht ze, voor hem. Hebben ze baby’s verwisseld toen ik niet oplette? Dat kan toch niet, er is maar één baby. Maar waar is mijn meisje dan? Het klopt niet. Het is verkeerd. ‘Hugh,’ zei James. ‘Hij heet Hugh. Een eerbetoon aan Palliser. Daar zal hij content mee zijn.’ Hij vernoemt zijn kinderen zoals hij eilanden en baaien een naam geeft, dacht ze. Hugh! Hij moest eens weten. Hugh! Dat kreeg ze toch nooit over haar lippen, dat was te zot om waar te zijn. Ze barstte in zenuwachtig gieren uit, ze kon niet meer ophouden, een klucht was het, ze hadden hier in de slapkamer komedie gespeeld en het hoogtepunt was de komst van het verkeerde kind. Dat Hugh heette. Lachstuipen. Applaus. Doek.
Blz. 232

Door al deze literaire kenmerken, heeft het boek een hoog literair gehalte. Op de oordeelbalk scoort het boek dan ook zeer hoog.




dinsdag 29 mei 2012

KLAS 5 Betoog Verlichting Kleine gedigten voor kinderen - Hieronymus van Alphen

   Ik vind dat Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen representatief is voor de Verlichtingsliteratuur.
   De Verlichting loopt van ongeveer 1670 tot 1770. Deze stroming ontstaat doordat mensen steeds nieuwsgieriger worden. Het verstand wordt veel belangrijker, men legt de nadruk meer op het individu en men gaat klassieke schrijvers bestuderen en probeert die ook te overtreffen. Dit zijn de kenmerken van het rationalisme. Er heerst echter ook classicisme. Dit is een zeer strenge stroming, waarin er veel regels en voorschriften zijn waaraan men zich moet houden. Alles moet ordelijk, duidelijk en volmaakt zijn, net zoals in de klassieke oudheid. Veel literatuur is didactisch. Men heeft veel aandacht voor opvoeding en onderwijs.
   Kleine gedigten voor kinderen bevat een aantal gedichten die voor kinderen zijn  geschreven. Deze gedichten bevatten veel kenmerken van de Verlichtingsliteratuur. Ten eerste wordt er in de gedichtjes vaak  gesproken over deugdigheid, wat typisch is voor het classicisme. In het gedicht De Pruimenboom ziet Jantje pruimen hangen en hij twijfelt of hij er een paar zal plukken of niet. Hij denkt: ‘Hier is, zei hij, noch mijn vader, noch de tuinman die het ziet: aan een boom, zo vol geladen, mist men vijf zes pruimen niet. Maar ik wil gehoorzaam wezen en niet plukken: ik loop heen. Zou ik, om een hand vol pruimen, ongehoorzaam wezen? Neen.’ Hij bedenkt dus bij zichzelf dat hij geen pruimen moet pakken, omdat dat niet overeen zou komen met de deugd. Hij zou zijn vader zeker teleurstellen. Een ander gedicht is De waare rijkdom: ‘Geen geld bekore ons jong gemoed, maar heiligheid en deugd. De wijsheid is het nodigst goed; het sieraad van de jeugd.’ Hierin wordt weer de nadruk gelegd op de deugd. De gedichten zijn voor de jeugd geschreven en doordat er deugdelijke eigenschappen in deze gedichtjes voorkomen, zullen veel kinderen er volgens Van Alphen een voorbeeld aan nemen.
   De nadruk ligt ook erg op de liefde voor God. Dit is weer een kenmerk van het classicisme. De onwetende mens moet behoed worden voor een slecht leven en daarom moet ze kennis krijgen van God. Door veel over godsdienst te praten in gedichten voor kinderen, komen kinderen al vroeg in aanraking met het geloof, wat helpt bij hun opvoeding. In de gedichten komen dus nogal eens zeer eerbiedige en gelovige kinderen voor. Een zeer godsdienstig gedichtje, wat aanspoort tot geloof is De Spiegel. Het vertelt dat kinderen niet ijdel mogen zijn, maar dat ze hun hart moeten leren kennen: ‘Die telkens in de spiegel ziet, en zig met schoonheid vleit; beseft de waare schoonheid niet, maar jaagt naar ijdelheid. Dit glas maakt trots, of geeft ons pijn; wil ‘k weeten wie ik ben, dan moet Gods woord de spiegel zijn, waar ik mijn hart uit ken.’ Een ander gedichtje is Het kinderlijk geluk, waarin een kindje God prijst voor zijn/haar leven: ‘Geloofd zij God voor ’t ruim genot van zo veel gunstbewijzen! Mijn hart en mond zal hem, in elken morgenstond, en elken avond prijzen.’
   Een kenmerk van het rationalisme was dat onderwijs en opvoeding erg belangrijk werden gevonden. De nog onwetenden kunnen zo opgevoed worden tot beschaafde, verstandige mensen. Daarom lag in veel gedichten de nadruk erg op leren en goed naar je ouders luisteren. Als kinderen deze gedichten zouden lezen, zouden ze deze goede eigenschappen overnemen. Een gedichtje over het leren is Het vrolijk leeren: ‘Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, en waarom zou mij dan het leeren verveelen? Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak. Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken, ’t is wijsheid, ’t zijn deugden, naar welken ik haak.’ Van Alphen probeert aan de kinderen duidelijk te maken dat leren ook leuk kan zijn en dat het leuk is om ergens je best voor te doen. De kinderliefde gaat over de relatie tussen vader en kind. Er wordt geschreven dat je vader je beste vriend is, maar ook: ‘Ik ben somtijds wel eens stout, maar als mijn ondeugd mij berouwt, dan wordt zijn vaderhart bewogen, dan spreekt zijn liefde geen verwijt, ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt, dan zie ik tranen in zijn oogen.’ Er wordt de kinderen op het hart gedrukt dat hun ouders alleen het beste voor hen willen en daarom soms streng zijn. Dit gaat volledig over de opvoeding die men tijdens de Verlichting zo belangrijk vond.
   Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen is dus representatief voor de Verlichtingsliteratuur, omdat er veel nadruk ligt op het goede gedrag, er duidelijk naar voren komt dat liefde voor God belangrijk is voor een goede zelfontplooiing en omdat er veel nadruk ligt op het onderwijs en de relatie tussen ouder en kind in de opvoeding.
   Ik zou mensen niet meteen aanraden om deze gedichten te lezen, omdat ze eigenlijk voor kinderen geschreven zijn. Ik zou ze ook niet aan kinderen aanraden, omdat ze geschreven zijn in oud Nederlands en dat is lastig om te lezen.

Bronnen
Kleine gedigten voor kinderen – Hieronymus van Alphen (http://www.dbnl.org/tekst/alph002klei01_01/)
Syllabus Verlichting & Romantiek (blz. 10-12 + blz. 71-74)
Meneer Kroon

KLAS 5 Betoog Romantiek Max Havelaar - Multatuli

   Ik vind dat Max Havelaar van Multatuli grotendeels representatief is voor de Romantische literatuur.
   Voordat men echter in staat is een oordeel te vellen over het wel of niet behoren van de Max Havelaar tot de Romantische literatuur, is het nodig iets meer te weten over deze literaire stroming. De Romantiek is een periode die duurde van ongeveer 1770 tot 1880. Deze stroming is een tegenbeweging van het Classicisme, waarin het vooral gaat om ingetogenheid en waar de nadruk ligt op het verstand. De Romantiek is een stuk uitbundiger en er is meer ruimte om gevoelens te uiten. Dit wordt gedaan op twee manieren: het non-conformisme en het escapisme. Het non-conformisme kan worden gezien als een vorm van protest. De schrijver zet zich af tegen de bestaande ideeën en laat zien wat er verkeerd is in deze maatschappij. Ook legt hij sterk de nadruk op het individualisme door anders te zijn dan anderen. In het escapisme gebeurt juist het omgekeerde. De schrijver gaat de confrontatie niet aan, maar vlucht weg voor de dingen die hij onjuist vindt. Hij kan dan onder andere vluchten in de natuur, het geloof, het verleden, humor, verre landen en in het ergste geval de dood.
   De Max Havelaar is opgedeeld in twee delen: het deel van Batavus Droogstoppel en het deel waarin Ludwig Stern vertelt over Max Havelaar. In het deel van Droogstoppel is veel vluchtgedrag te zien. Droogstoppel verklaart alle problemen die Havelaar aankaart met zijn geloof. Wanneer dominee Wawelaar de volgende woorden tot hem spreekt, is Batavus hier ook gelijk van overtuigd: ‘Is er niet veel rijkdom in Nederland? Dat komt door het geloof! Heerst in Frankrijk niet overal moord en doodslag? Juist, en dat komt doordat ze daar katholiek zijn. Zijn niet de Javanen arm? Het zijn heidenen. Hoe langer de Hollanders met de Javanen omgaan, hoe meer rijkdom hier zal komen en hoe meer armoede daar. Dat is de wil van God!’
   Er zijn echter nog meer personen die vluchten voor de ontmaskeringen van Havelaar. Dit zijn de bestuurders in Lebak en de andere districten op Java. Al deze hoge heren zijn corrupt en achterbaks en willen niet onder ogen zien dat het de verkeerde kant op gaat met Java. Havelaar heeft de grootste moeite om de verkeerde dingen aan het licht te brengen, doordat de regenten, residenten, gouverneur-generaals enzovoorts, niet mee willen werken aan zijn onderzoeken. Deze zijn bang voor wat er zal gebeuren als ze hun mond open doen.
   De stukken waarin Droogstoppel aan het woord is bevatten veel humor. Dit komt vooral door het feit dat de chagrijnige, pessimistische Batavus een grote tegenstelling vormt met de rechtvaardige, optimistische Havelaar die in de andere hoofdstukken aan bod komt. Droogstoppel is als het ware de classicist en Havelaar de romanticus. Droogstoppel vertrouwt alleen op zijn verstand en zijn geloof en houdt zijn gevoelens angstvallig in bedwang. Havelaar laat zijn gevoelens de vrije loop en laat zijn verstand daarbij dikwijls varen: ‘En hij was soepeler nog dan soepel. Met een gulheid die aan de fouten herinnerde die hem zelf zo arm hadden gemaakt, gaf hij steeds een voorschot aan de regent, zodat deze niet de behoefte had de gewone man nog harder te treffen.’ Havelaar stelt het geluk van de inlanders boven dat van zichzelf en zijn gezin.
   Verder is het boek één grote aanklacht, niet alleen tegen het Nederlandse bestuur van Java, maar ook tegen de burgerlijke onverschilligheid. Multatuli wilde gehoord worden door de mensen, en dit is ook precies de reden waarom hij dit boek heeft geschreven. Dit is kenmerkend voor het non-conformisme in de stroming Romantiek, omdat het een vorm van protest is.
   Wat totaal niet kenmerkend is voor de Romantiek, is het feit dat alles is opgeschreven zoals het is, heel realistisch dus. Multatuli zegt aan het einde van het boek: ‘Ja, ik zal gelezen worden! Als dit doel wordt bereikt, zal ik tevreden zijn. Want het was me niet te doen om mooi te schrijven. Ik wilde zo schrijven dat het werd gehoord. En, zoals iemand die ‘houd de dief!’ roept zich weinig aantrekt van de stijl van zijn geïmproviseerde toespraak, zo laat het mij ook volstrekt koud hoe men de manier zal beoordelen waarop ik mijn ‘houd de dief!’ heb uitgeschreeuwd.’ In de Romantiek wordt er veel beschreven en dat is in het Realisme niet zo. Wat dat betreft heeft het boek meer weg van het realisme.
   Max Havelaar is dus grotendeels representatief voor de Romantische literatuur, omdat het personen beschrijft die vluchtgedrag vertonen, omdat het veel humor en een zeer romantisch personage bevat en omdat het boek een aanklacht is tegen de bestaande ideeën. Het is niet volledig romantisch, omdat er op een zeer realistische manier is geschreven.
   Ik zou iedereen aanraden dit boek te lezen, omdat het van groot belang is geweest voor het onafhankelijk worden van Java. Ik zou het ook aanbevelen, omdat het Multatuli’s wens is gelezen te worden, zoals hij dat zelf ook duidelijk zegt!
Bronnen
Max Havelaar – Multatuli
Syllabus Verlichting & Romantiek (blz. 14-18 + 117-121)
Meneer Kroon

zondag 22 april 2012

KLAS 4 Leesverslag De Tweeling – Tessa de Loo

Algemene informatie

Beschrijving
Tessa de Loo – De Tweeling
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 1993
Druk: Veertiende druk (1994)
Aantal pagina’s: 435

Genre
De Tweeling is een psychologische roman, die is geconstrueerd door middel van een raamvertelling. Twee zussen kijken terug op hun leven. Er lopen dus constant twee verhaallijnen door elkaar. Het boek kan ook worden beschouwd als een oorlogsroman, omdat de oorlog in een groot gedeelte van het boek centraal staat.

 Samenvatting
    In de herfst van 1990 verblijft de 74-jarige Lotte Goudriaan enige weken in het kuuroord Spa in de Belgische Ardennen. Zij lijdt aan artrose en de kuur die zij volgt, is bedoeld om haar pijn te verlichten. Op de derde dag ontmoet zij in de rustzaal van het Thermaal Instituut een Duitse vrouw van haar leeftijd. Zij is ook wegens versleten gewrichten bezig aan een kuur. De vrouw blijkt afkomstig te zijn uit Keulen en dat is ook de stad waar Lotte geboren is. Snel wordt duidelijk dat de Duitse, Anna Grosalie genaamd, de tweelingzus van Lotte is. Toen zij zes jaar oud waren, overleden hun ouders kort na elkaar. De familie besloot daarop dat Anna bij een oom en een tante op het Duitse platteland zou worden opgevoed, terwijl Lotte werd ondergebracht bij het gezin van een neef van de vader in Nederland. Door slechte verhoudingen binnen de familie, maar vooral door de oorlog zijn de twee zussen elkaar uit het oog verloren. Na hun gedwongen scheiding hebben ze elkaar slechts twee keer ontmoet, de laatste keer vlak na de oorlog.
    Hun toevallige weerzien na al die tijd is vanzelfsprekend een emotionele aangelegenheid. Tijdens wandelingen in de bosrijke omgeving van Spa, in de conversatiezaal van het Thermaal Instituut, in een restaurant of in een van de lokale patisserieën vertellen zij elkaar wat ze hebben meegemaakt, sinds ze als jonge kinderen gescheiden werden. Daarbij passeert vooral de eerste dertig jaar de revue. Lotte neemt vanaf het begin een koele en gereserveerde houding aan; soms wekt ze zelfs de indruk na al die jaren niets met haar Duitse tweelingzus (en dus haar eigen Duitse verleden) te maken te willen hebben. Anna is daarentegen verrukt over het weerzien en ze is blij eindelijk haar levensverhaal te kunnen delen met degene bij wie ze zich vanaf de geboorte het meest geborgen heeft geweten.
   Anna komt na de dood van haar ouders terecht in een arm katholiek dorpsmilieu aan de rand van het Teutoburger Wald. Haar grootvaders boerderij wordt geleid door haar oom Heinrich, een vertwijfelde man die eigenlijk helemaal geen boer wil zijn. Zijn luie, geniepige vrouw Martha maakt het leven voor Anna bijna ondraaglijk. Hoewel Anna goed kan leren, mag ze niet naar het gymnasium en wordt ze gedwongen om op de boerderij mee te helpen. Wanneer ze in de puberteit belangstelling voor een jongen toont, straft haar oom dat af met fysieke mishandeling. Ze wordt dan enige tijd uit huis genomen om in een klooster op krachten te komen, waarna ze weer teruggaat naar de boerderij onder het toeziend oog van de kinderbescherming. Inmiddels is Hitler sinds 1933 aan de macht en in de daarop volgende jaren komt ook het dorp steeds meer in de greep van het nazisme. Rond haar twintigste ontvlucht Anna de boerderij van haar oom en keert zij in haar eentje terug naar Keulen, waar ze een baan vindt als dienstmeisje.
   In vergelijking met de jeugd van Anna was de van Lotte vrijwel zorgeloos verlopen. Zij groeit op in de mooie bosrijke omgeving van het Gooi in een progressief socialistisch niet-godsdienstig milieu. Haar stiefvader houdt zich vooral bezig met het lezen van Marx en de ontwikkeling van geluidstechniek. Lottes jeugd staat in het tegen van de muziek en ze krijgt alle gelegenheid om haar zangtalent te ontplooien. Het huwelijk van haar nieuwe ouders is echter niet optimaal; de escapades van haar humeurige, egocentrische vader maken haar moeder depressief en later balanceert hij als gevolg van een ongeluk maanden op het randje van de dood. Naarmate de jaren dertig verstrijken neemt in Lottes omgeving de bezorgdheid toe over de politieke en maatschappelijke veranderingen in het naburige Duitsland.
   Wanneer het Duitse leger in september 1939 Polen binnenvalt en de Tweede Wereldoorlog feitelijk begint, heeft Anna een betrekking als kamermeisje bij een adellijke familie op een landgoed aan de rand van Keulen. Lotte achterhaalt haar adres en nieuwsgierig geworden naar haar eigen wortels, besluit ze haar tweelingzus te gaan opzoeken. Hun ontmoeting tijdens oudjaar is echter een tegenvallende gebeurtenis voor Lotte. Zij kan het weerzien met Anna en haar eigen geboorteland niet los zien van haar kennismaking met het nazisme, dat zich overal zichtbaar in het Duitse dagelijkse leven heeft genesteld. Hoewel de Duitse inval in Nederland nog vijf maanden op zich zou laten wachten, krijgt voor Lotte het begrip ‘vijand’ voor het eerst van haar leven een concrete betekenis.
   De oorlog grijpt om zich heen. Na een ontmoeting met de Oostenrijkse soldaat Martin Grosalie ontwikkelt Anna een verhouding met hem. Hun relatie zal echter vooral uit een briefwisseling bestaan, omdat hij meestal ergens in Europa aan het front ligt. Ook nadat ze midden in de oorlog in Wenen zijn getrouwd, leven ze het goeddeels van elkaar gescheiden. Anna verhuist met de adellijke familie naar een slot in het oosten van Duitsland, omdat het in Keulen te gevaarlijk is geworden wegens de Engelse bombardementen. Lotte ervaart de oorlog voor het eerst aan den lijve wanneer in de beginjaren van de bezetting een joodse vriend van haar wordt opgepakt en naar Duitsland gestuurd. Zij is lid van het omroepkoor, maar ze verliest haar baan nadat ze weigert zich bij de Kultuurkamer te laten registreren. Vooral na de ernstige ziekte van haar pleegmoeder, gaat vervolgens al haar aandacht uit naar de verzorging van het gezin en de vele onderduikers die inmiddels bij de familie inwonen. Maar ook in Duitsland worden vanaf 1942 de leefomstandigheden steeds slechter en groeit de anarchie. Door de Russische dreiging aan het oostfront zegt Anna op aandrang van haar echtgenoot haar baan op en verhuist ze naar Wenen in afwachting van zijn terugkeer. Vlak na haar aankomst krijgt ze het bericht van zijn dood op het slagveld.
   In de slotfase van de oorlog werk Anna als Rode Kruiszuster in de veldhospitalen van het Duitse leger in Oostenrijk en de Beierse Alpen en ervaart ze zo het oorlogsleed van dichtbij. Op haar beurt leert Lotte tijdens de hongerwinter in Nederland wat schaarste betekent; voor haar en haar familie is leven nog slechts proberen te overleven. Uit angst voor een lege toekomst en omdat ze ook niet langer thuis wil blijven wonen, trouwt Lotte in het zicht van de bevrijding in alle stilte met een van de onderduikers, de violenmaker Ernst Goudriaan.
   De  komst van de Amerikaanse bevrijders maakt een einde aan Anna’s werkzaamheden als verpleegster. De veldhospitalen gaan een voor een dicht en na een korte gevangenschap wordt zij maandenlang meegesleurd in de algehele ontreddering waarin het land verkeert. Op haar eenzame zwerftocht door het westen van Duitsland ontmoet ze uiteindelijk een vrouw die haar in contact brengt met de directrice van een opleidingsinstituut voor sociaal werksters. Zij wordt toegelaten tot de opleiding en kan vervolgens haar nieuwe leven gaan opbouwen. Na de bevrijding van Nederland gaat Lotte met haar man in Den Haag wonen. Enige tijd na de oorlog weet Anna haar adres te achterhalen. Bij haar bezoek in Den Haag wiil Lotte echter niets van Anna weten; ze weigert zelfs Duits met haar te spreken en voor zover er sprake is van een dialoog fungeert de echtgenoot van Lotte als tussenpersoon. Lotte en haar man (die tien jaar voor het weerzien in Spa is overleden) zullen vijf kinderen krijgen. Anna hertrouwt niet en zal jarenlang bij de kinderbescherming werkzaam zijn.
   Aan het begin van de derde week in Spa, op de ochtend na het laatste gesprek tussen de twee zussen, sterft Anna in een veenturfbad aan een hartaanval. Wanneer een medewerker van het Thermaal Instituut aan Lotte vraagt naar haar band met de vrouw, antwoordt zij aarzelend, maar toch geëmotioneerd dat Anna haar zuster is. Vol wroeging beseft Lotte op dat moment dat haar erkenning van de familieband met haar Duitse wederhelft te laat is gekomen.

Paspoort van de schrijver

Tessa de Loo, schrijfster van boeken als De Tweeling en Isabelle is vandaag de dag een van de meest gerespecteerde schrijfsters van Nederland. Ze is niet zo iemand die van kinds af aan al schrijfster wilde worden, ‘het schrijven heeft haar overrompeld en ze heeft geen weerstand geboden’, zoals ze het zelf zo mooi zegt. Wat is het verhaal van dit schrijvend wonder?

Leven
In 1946 wordt, vlak na de oorlog, op 15 oktober in Bussum Tessa de Loo (pseudoniem van Johanna Martina (Tineke) Duyvené de Wit) geboren. Als ze drie jaar is, verhuist ze met haar ouders naar Amsterdam naar het huis van haar overgrootvader. Ze zijn in de oorlog echter zo arm geworden dat ze geen geld hebben voor het openbaar vervoer en een auto hebben ze ook niet. Daarom gaan ze te voet naar Amsterdam. Vandaag de dag houdt ze nog steeds veel van wandelen dus ze grapt zelf dat ze die behoefte aan lopen aan die lange reis heeft overgehouden. Op de middelbare school leest, tekent en schildert ze veel, maar presteert ze verder slecht. Na de middelbare school wil ze zelf naar de kunstacademie, maar haar ouders adviseren haar ‘Nederlandse taal en letterkunde’ te gaan studeren in Utrecht. Dat doet ze uiteindelijk ook. Op haar twintigste trouwt ze en vier jaar later krijgt ze een zoon, Joris. Ze stopt met haar studie en begint met lesgeven.  In 1980 scheidt ze van haar man en verhuist ze met haar zoon naar Pieterburen. Daar pakt ze haar studie weer op. Voor haar eindscriptie schrijft ze over ‘De aard van de ironie bij Gerard Reve’. Ze begint onbewust dingen op te schrijven en komt er later achter dat er een goed verhaal voor haar ligt met een begin, een middenstuk en een eind. Op dat moment beseft ze dat ze wil en kan schrijven. Ze begint weer met schrijven, onder de Pseudoniem ‘Tessa de Loo’. Er zijn drie redenen voor deze naam. Om te beginnen is Tesseloo een plaatsje in de Ardennen, Tessa komt van Theresia, wier naamdag op haar verjaardag valt en als laatste heette haar overgrootmoeder met haar achternaam Van Loo. Dit pseudoniem paste gewoonweg perfect bij haar. Vandaag de dag woont ze in Portugal en werkt ze aan een nieuw boek. 

Werken
   Tessa de Loo is een zeer veelzijdige vrouw. Ze schrijft niet alleen romans, maar ook novellen, verhalen en reisreportages. Zo houdt ze het niet alleen spannend voor de lezers, maar ook voor zichzelf. Zelf zegt ze: ‘Het schrijven van een roman is als een reis door een onbekend land waarvan geen kaarten bestaan. Welke obstakels zal ik onderweg tegenkomen? Waarheen voert het pad, of zal het een doodlopende weg blijken? Er is niemand aan wie je de weg kunt vragen.’
   In het eerste nummer van jaargang 1983 publiceert het literaire tijdschrift ‘Maatstaf’ het verhaal ‘Muziekles’ en twee nummers later het verhaal ‘De meisjes van de suikerwerkfabriek’.  Daar schrijft ze nog vier verhalen bij, zodat ze de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek kan uitgeven. Hierna heeft ze nog vele andere verhalen geschreven. In totaal heeft ze ook negen reisverhalen gepubliceerd. Een daarvan is het verhaal ‘De geur van Portugal’ dat is verschenen in HP/De Tijd in 2000. Tessa heeft de volgende romans geschreven:
·         Meander (1986)
·         Het rookoffer (1987)
·         Het mirakel van de hond (1988)
·         Isabelle (1989)
·         De Tweeling (1993)
·         Een varken in het paleis (1998)
·         Een gevaar op de weg (1999)
·         Een bed in de hemel (2000)
·         De zoon uit Spanje (2004)
·         Harlekino (2008)
Van deze romans zijn Isabelle en De Tweeling verfilmd. De Loo heeft zich niet met de verfilmingen bemoeid. Van Isabelle zijn zelfs twee films en een toneelstuk gemaakt. Ze heeft de scripts doorgelezen en heeft het voor de rest helemaal aan de regisseurs overgelaten. Het Rookoffer was het boekenweekgeschenk van 1987. De Tweeling heeft de Publieksprijs voor het Nederlandse Boek 1994 gewonnen en ook de Otto von Gablentz-prijs van 1994. Een bed in de hemel heeft The International IMPAC Dublin Literary Award voor het jaar 2004 gewonnen. Haar werk is in 21 talen vertaald; De Tweeling is het meest vertaald.  

Stijl en inspiratie
   Vaak schrijven mensen zodat ze de vergankelijkheid bestrijden. Tessa de Loo hoort niet bij deze groep mensen: ‘Ik ben al tevreden als de mensen een jaar later nog weten waar het ongeveer over ging, alleen omdat het zo mooi was opgeschreven.’ Vaak haalt De Loo haar inspiratie uit haar reizen. Hierover schrijft zij  reisverhalen of ze verwerkt aspecten van de reis in romans. Dit kunnen dus ook dingen zijn die ze tegenkomt of bijvoorbeeld botsende belangen tussen landen. Zo is bijvoorbeeld ook De Tweeling ontstaan: twee meisjes van hetzelfde vlees en bloed kunnen niet met elkaar in het reine komen doordat zij in twee totaal verschillende wereld zijn opgevoed. Er zijn verder geen verbanden tussen het leven van de tweeling en het leven van de schrijfster. De Loo is pas na de oorlog geboren en haar leven valt dus niet met dat van hen te vergelijken.
    De stijl waarin Tessa schrijft is zeer populair omdat zij altijd in een prozastijl schrijft die zeer toegankelijk is. Er wordt altijd een intrigerende verhaallijn uitgewerkt. Ook de thematiek, vaak conflictueuze liefdes waarin macht een belangrijke factor is, zorgen voor een grote populariteit. Kortom, een schrijfster die haar publiek altijd blijft boeien. Dat doet ze nu en dat zal ze, als het aan haar ligt, nog lange tijd blijven doen!

Bronnen

De Tweeling - Tessa de Loo
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Tweeling (samenvatting)
www.tessadeloo.nl

zondag 22 januari 2012

KLAS 4 Leesverslag Een schitterend gebrek - Arthur Japin

Algemene informatie

Beschrijving
Arthur Japin – Een schitterend gebrek
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 2003
Druk: Eerste druk (2003)
Aantal pagina’s: 239

Genre
Een schitterend gebrek is een historische roman. De personen in dit boek hebben voor een groot deel echt bestaan. Het is ook een romantisch verhaal, want in het hele boek gaat het over de liefde, die vaak wreed is.

Samenvatting
   Het boek vertelt het verhaal van Giacomo Casanova en wordt verteld door zijn eerste liefde, Lucia. Terwijl zij springt tussen het heden en het verleden, vertelt zij haar verhaal, het verhaal dat Casanova zelf nooit zal kennen.
   Haar jeugd brengt Lucia door op het vredige platteland van Noord-Italië. Nooit heeft zij zorgen en altijd kan zij rustig rondfladderen in de natuur. Dan komen de voorbereidingen van het huwelijk van de dochter van de gravin eraan. De gravin is de eigenaresse van het landgoed waar Lucia werkt. Lucia is de dochter van twee bedienden, die al geruime tijd in dienst zijn van de gravin. De gravin ziet Lucia als familie en gaat erg vertrouwd met haar om. Als de genodigden voor het groots huwelijk aankomen, valt Lucia’s blik meteen op twee jongemannen. De gebroeders Fransisco en Giacomo Casanova spreken haar meteen aan. Vooral Giacomo, dus zorgt zij er met een list voor dat hij een vertrek dicht bij dat van haar krijgt. Zo brengt zij hem iedere morgen zijn eten en brengt zij veel tijd door op zijn kamer of bij hem in bed. Maar Giacomo vindt haar nog te jong om het echte genot te kunnen beleven, dus onthoudt hij zich van het liefdesspel. Dan moet hij weer gaan, maar spreken zij af alkaar eeuwig trouw te zijn. Hij zal na een halfjaar terugkomen en dan zullen zij trouwen. Zij zullen samen een gelukkig leven opbouwen in Venetië en alles zal mooi zijn.
   In de tussentijd wordt Lucia’s kennis bijgespijkerd door een bijlesleraar, die het noodlottige lot treft de ernstige ziekte, de pokken, op te lopen. Hij gaat dood en dan wordt ontdekt dat Lucia besmet is.
   Lucia overleeft, maar de schade is enorm: haar gezicht is voor altijd ontsierd door afzichtelijke littekens. En daar beginnen de problemen. Lucia wil dolgraag trouwen met Giacomo, maar ze wil hem de vernedering van een lelijke echtgenote niet aandoen: zijzelf, maar ook haar man zal door haar lelijkheid nooit geaccepteerd worden in de societykrinngen van Venetië. Wat moet ze doen?
   Wanneer ik echter tegen mijn gevoel in zou gaan en hem vrij zou laten, zou hij zijn dromen kunnen najagen en waarmaken. Ik zou dan wel ongelukkig zijn maar troost vinden in de wetenschap dat hij tenminste gelukkig was. Misschien zou hij even droevig zijn om mij, maar vast niet lang wanneer ik het zo speelde dat hij meende dat ik hem verraden had. Dan zou hij kwaad zijn, mij verwensen en uiteindelijk vergeten. Zo redeneerde ik. In het eerste geval zouden er twee ongelukkig zijn, in het laatste geval slechts een. De keus leek mij eenvoudig.
   Lucia handelt op de automatische piloot: ze vlucht en ziet Giacomo nooit meer. Na vele omzwervingen, waarbij ze in een verlichte feministenbeweging terecht komt, maar ook als vieze prostituee elke schurftige klant moet aannemen vanwege haar lelijkheid, wordt Lucia een dure hoer in Amsterdam. Ze hult zich in sluiers, waardoor ze voor haar klanten extra aantrekkelijk – want mysterieus- is. Dan komt ze Giacomo opnieuw tegen: hij noemt zich Seingalt en is een vrouwenverslinder geworden die later, in onze tijd, bekend zal staan als Casanova. Seingalt pocht dat hij nooit een vrouw ongelukkig heeft gemaakt, Lucia schept op dat zij nog nooit echt verliefd is geworden. Beiden gaan een weddenschap aan: Giacomo al proberen Lucia te winnen en Lucia moet hem op de een of andere manier haar eigen verhaal vertellen. Maar de sluier en het verleden staan alle openheid in de weg.
   Wat volgt is een geniaal en subtiel spel met liefde als inzet. Maar een spel moet men spelen met de hersenen, niet met het hart, anders wint men niet. Lucia raakt verstrikt in haar eigen gevoelens, die ze, sinds haar vlucht, niet meer heeft toegelaten. Uiteindelijk bedenkt zij een geniaal plan; ze schrijft hem als de vrouw met de sluier een brief waarin ze zijn weddenschap aanneemt en hij haar voor zich mag winnen. Een week lang hebben ze geweldige seks en voelt zij zich helemaal goed. Maar dan moet zij uiteindelijk toch op de een of andere manier haar verhaal kwijt. Zij schrijft hem nog een brief, waarin zij vertelt dat ze weet wie Lucia is en dat hij haar kan zien bij een hoerenhuis in de stad. Hij gaat erheen en zij is daar, zonder sluier. Het verband tussen Lucia en de vrouw met de sluier kent hij niet en zal hij ook nooit ontdekken. Hij vindt Lucia weerzinwekkend en voelt zich schuldig dat zij terecht is gekomen in zo’n milieu. Zij wil niet dat hij zich schuldig voelt en geeft zichzelf de schuld. Ze zegt hem dat als ze echt van hem zou hebben gehouden, zij nooit uit elkaar zouden zijn gegaan. Hij vertrekt en schrijft nog een brief aan de vrouw met de sluier. Dat hij Lucia liever niet had gezien en dat zij de weddenschap gewonnen heeft.
   Zij is ondertussen zwanger en heeft een onzekere toekomst voor zich. Met kind zal zij niet kunnen prostitueren en de enige die haar zekerheid kan bieden is meneer Jamieson. Hij is al tijden lang gek van haar en heeft zijn vaste avond in de week dat hij bij haar komt om van haar diensten gebruik te maken. Hij is eveneens haar enige klant die weet hoe ze er werkelijk uitziet zonder sluier. Lucia besluit op het laatste moment alsnog met hem mee te gaan naar Amerika en krijgt uiteindelijk na haar eerste kind, Jacob, nog twee kinderen van hem. Hiermee eindigt het boek en zijn de twee geliefden voor altijd uit elkaars armen gedreven.

Verwachtingen

Ik ben dit boek gaan lezen, omdat ik van veel mensen had gehoord dat het een heel mooi boek was. Ik vind het verhaal over Casanova altijd al heel leuk en toen ik hoorde dat je zijn leven in dit boek zag door de ogen van zijn eerste liefde Lucia. Ik verwachtte dat het boek heel romantisch zou zijn, dat het helemaal zou gaan over hoe mooi de liefde is, etc.

Motieven en thema

Thema
Het thema van het boek is de liefde. Het gaat er in het boek niet over dat de liefde mooi en fijn is, maar eerder hard en zwaar. Lucia is in het boek helemaal kapot gemaakt door de liefde voor Giacomo Casanova. Om hem van een leven vol schaamte te redden, offert ze zichzelf op en gaat ze bij hem weg. Haar hele verdere leven houdt ze alleen nog maar van hem. Wanneer Giacomo haar in het eind van het boek ongesluierd ziet, heeft hij alleen maar een afkeer voor haar en het enige wat hij nog voor haar voelt is medelijden.

Motieven
Een eerste motief is uiterlijke schoonheid. Dit speelt een grote rol in het boek. Wanneer Lucia’s gezicht verminkt is door de pokken, durft ze zich niet meer aan Giacomo te laten zien uit angst dat hij een verschrikkelijk leven zal krijgen met haar als vrouw.

Via dit motief kom je gelijk bij het tweede, namelijk bedrog. Het begint als ze door haar verminking Casanova verlaat en hem laat denken dat ze een ander heeft. Verder verbergt Lucia haar gezicht met een voile om haar gezicht niet te hoeven tonen. Door de voile vinden mannen haar weer aantrekkelijk, omdat ze worden aangetrokken tot het mysterieuze, datgene wat ze niet kunnen zien. Dit is dus eigenlijk ook een soort bedrog, omdat mensen niet weten dat haar gezicht zo verminkt is.

Een derde motief is seks. Lucia heeft geen seks met Giacomo, omdat deze haar daar nog te jong voor vindt. Wanneer Lucia Giacomo gaat verlaten, heeft ze voor het eerst seks met de graaf van het landgoed waar ze woont. Ze doet dit om geld te verdienen voor haar reis. Als dit geld op is, moet ze een nieuwe baan zoeken. Door haar verminking wordt ze overal weggestuurd en heeft ze nog maar één keus: ze gaat de prostitutie in. In de prostitutie werkt ze zich een weg naar boven en wordt ze uiteindelijk een dure hoer in Amsterdam.

Beoordeling

Schrijfstijl
Ik vind het boek erg mooi geschreven. Het taalgebruik is goed te begrijpen, maar het is niet te simpel. Wat er is geschreven is mooi en diepzinnig, maar de manier waarop alles beschreven wordt is nog mooier. Ik was er echt van onder de indruk hoe dingen werden beschreven. Bijvoorbeeld aan het eind van het boek, als je erachter komt dat Lucia haar verhaal heeft opgeschreven voor haar kind en waarin ze zegt wat ze van haar leven heeft geleerd. In deze passage staat ook de verklaring voor de titel:

Als liefde iets is wat je van iemand krijgt, zou je verwachten dat de mijne was opgehouden te bestaan toen ik hem niet meer ontving. Dat is niet zo. Die is gebleven. Altijd. Mijn diepste geluk heb ik zelfs zonder Giacomo beleefd, toen hij in Venetië was en ik, geschonden, van mijn ziekte herstelde. Daarover kon geen misverstand bestaan. Nooit was ik zo vol van hem als op dat moment, waarop hij ver van mij was en ik besloot mijn toekomst voor hem op te geven. Mijn liefde leefde, niet omdat ik werd bemind, maar omdat ik zelf liefhad!
Nu ik dit begreep, al die jaren later, kreeg ik het enige wapen in handen dat tegen iedere aanval bestand is. Het is de diepere waarheid die achter de zichtbare schuilgaat, zoals de ogen van de heilige Lucia die onder het glas van mijn hanger zijn gegraveerd en die je alleen kunt zien wanneer het licht op een bepaalde wijze binnenvalt.
Alles draait hierom, ieder woord dat ik geschreven heb en nog schrijven zal. Ik vertel je mijn leven alleen opdat jij dit geheim meteen bij aanvang al zult kennen: wij zijn ongelukkig omdat wij denken dat we lief moeten hebben. Om gered te worden moeten wij iets eenvoudigs doen dat ons desalniettemin het zwaarst van alles valt: wegschenken waarnaar wij juist het meest verlangen. Niet hebben, maar geven. Zo zegepralen wij alsnog. Dit heeft mij mijn gebrek geleerd.
Blz. 225-226

Inhoud
Tijd: in het boek springt het verhaal tussen het verleden en nu. Lucia vertelt haar verhaal door terug te blikken en tussendoor te vertellen wat er op dat moment gebeurt. Als haar hele verhaal is verteld, gaat het verhaal verder waar het gebleven was.
Ruimte: het verhaal speelt zich af op veel verschillende plekken, waaronder het landgoed Pasiano, Venetië en Amsterdam. De ruimte speelt ook een rol in het verhaal. Op Pasiano was Lucia heel vrij en onschuldig. Na haar ziekte vertrok ze naar Venetië en Amsterdam drukke steden, en daar is ze gelijk een heel ander persoon.

Eindoordeel







Ik vond het boek erg mooi. Er zaten mooie gedachten in en naarmate je er meer over gaat nadenken, zie je steeds meer dingen die je eerst nog niet waren opgevallen. Er zit veel meer diepgang in dan je zou denken. Bijvoorbeeld de grootvader van Lucia die spiegels maakte en de manier waarop Lucia’s ouders elkaar hebben ontmoet. Lucia’s vader keek steeds via spiegels naar Lucia’s moeder, omdat hij te verlegen was om haar echt aan te kijken. Wanneer Lucia’s moeder er wat van zegt, dwingt hij haar naar zichzelf te kijken in de spiegel en legt zo uit waarom hij naar haar kijkt:

Ik keek naar mezelf. En ik bleef kijken. Dat kostte me echter grote moeite. Stel je voor, ik ben in een werkplaats vol spiegels opgegroeid. Waar ik ook keek, ik zag mezelf altijd wel ergens terug. Ik dacht dan ook dat ik een duidelijk beeld had van hoe ik eruitzag, maar nu nam ik iets ander waar. Het was niet beter of slechter, alleen vollediger. Ineens begreep ik dat ik nooit meer dan mijn contouren in mij had opgenomen en mij eigen blik altijd moet hebben ontweken. Alleen zo kan ik het uitleggen: tot dan had ik mijn gelijkenis gezien zoals een amateur die in een schilderij uitwerkt, heel precies maar zonder leven. Dit keer zag ik echter mijn portret zoals een groot kunstenaar het in een korte schets kan vangen, zonder het geheel te tonen, maar met in dat weinige een glans, die een kloppend hart verraadt en een snelle, warme ademhaling. Na een tijdje verslapte de gek zijn greep. Ik keek hem aan. Zijn ogen stonden vol tranen. Dat is alles. ‘Het is goed,’zei ik. ‘Ik heb het gezien’.
Blz. 28

Dit slaat ook weer op Lucia, die haar gezicht verbergt door haar voile. Doordat je niet alles ziet, heeft ze een zeker glans die haar aantrekkelijk maakt.

In het begin van het boek snapte ik niet zo goed waar het over ging. Ik wist niet wie er aan het woord was en ik moest er echt even inkomen voor ik het snapte. Daarna heb ik het heel snel uitgelezen, omdat ik gewoon steeds wilde weten wat er zou gaan gebeuren.

Ik vind het boek heel mooi en ik zou het iedereen aanraden. Ik vind het echt een 8,5 waard, vandaar ook de hoge score op de oordeelbalk.

Mijn verwachtingen klopten niet helemaal, want het ging meer over hoe zwaar de liefde is en hoe erg die je leven kan beïnvloeden. Dit heeft er verder niet voor gezorgd dat ik het boek tegen vond vallen. Ik ben het dus helemaal eens met de mensen die het een heel mooi boek vonden.

Lijst van gebruikte bronnen
Een schitterend gebrek – Arthur Japin

donderdag 12 januari 2012

KLAS 5 Leesverslag Ivoren Wachters - Simon Vestdijk

Samenvatting

Philip Corvage is een jongen van negentien jaar en zit op het lyceum in het zesde jaar. Door slechte genen heeft hij een heel slecht gebit. Hij heeft de vreemde gewoonte om okkernoten met zijn tanden te kraken, wat zijn gebit er niet beter op maakt. Hij vindt zichzelf een literair genie en is niet bang om voor die mening uit te komen, dus stopt hij zijn zinnen vol met Latijnse citaten.
De dag voordat zijn nieuwe schooljaar begint krijgt hij kiespijn en gaat naar de tandarts. Omdat hij zijn gebit zelf kapotmaakt, weigert zijn oom, die oud-commandant bij de brandweer is en vaak beroertes heeft, de rekeningen  van de tandarts te betalen. Uit arrogantie schrijft Philip een gedicht dat moet gelden als betaling voor het vullen van de kies: Ivoren wachters. Als hij met zijn gevulde kies thuis aankomt, krijgt hij de volle laag van zijn oom die net een beroerte heeft gehad.
Op zijn eerste schooldag maakt hij kennis met de nieuwe leraar Nederlands, Frits Schotel de Bie. Een zeer goed Neerlandicus maar met een hoge eigendunk. De Bie is verloofd met Lida Feltkamp, een mooie vrouw die omdat ze voortijdig van de HBS is gegaan, het schoolleven heel erg interessant vindt. De Bie ontneemt haar haar enthousiasme en interesse door Lida buiten het schoolbestaan te sluiten. Philip Corvage test de nieuwe docent door hem te plagen. Schotel de Bie wordt zenuwachtig en noemt het gebit van de dichter een afgebrand kerkhof.
Die avond gaat Corvage naar het huis van Schotel de Bie. Niet omdat hij beledigd is, maar meer om wraak te nemen. Hij treft eerst Lida aan en ze neemt hem een kruisverhoor af. Eenmaal op de hoogte van de confrontatie en gefascineerd door de jonge student vraagt ze aan Frits of hij zijn verontschuldigingen wil maken aan de jongen en de klas. De Bie weigert en stuurt Lida boos weg. Wanneer Lida Corvage naar huis brengt krijgt ze steeds meer interesse in hem, en hij krijgt een afscheidzoen.
Wanneer Philip thuis komt staat zijn oom op ontploffen want de tandarts heeft toch een rekening gestuurd. In de ruzie noemt hij Philip een oplichter. Dit woord kan Philip niet aan, omdat het te maken heeft met zijn vader. Hij wordt zo boos dat hij zijn oom aanvalt. Oom Selhorst krijgt een beroerte en Corvage denkt dat hij hem gedood heeft. Dat is echter niet het geval maar om moeilijkheden te vermijden geeft Nel, de bediende van huize Selhorst, hem de genadeslag en stuurt Philip weg. Nadat hij wat door de stad heeft gezworven, komt hij bij het huis van Nel. De man van Nel denkt dat Philip en Nel een verhouding hebben en voelt zich daardoor bedreigd. Hij voert de jongen dronken. De man verzint een verhaal dat mooi aansluit op de afgelopen gebeurtenissen en lokt zo Philip Corvage in de val en verdrinkt hem.
De volgende ochtend krijgt Schotel de Bie het nieuws te horen en biedt zijn verontschuldigingen aan voor de klas, omdat hij zich nu erg schuldig voelt. Voor hem, alleen, is dit een revolutionaire gebeurtenis. Lida, ontzet door de dood van Corvage, gaat bij Frits weg. Frits Schotel de Bie, gekraakt en versleten door de scheiding en zijn eigen trots, blijft achter als een kluizenaar zonder levensvreugde.


Bespreking thematiek

Thema
Het thema van het boek is verval. Het gaat over de ondergang van een leraar en een leerling. Philip Corvage is een zelfverzekerde jongen, totdat meneer Schotel de Bie op zijn school les komt geven. Nadat deze hem heeft beledigd, komt Philip bij diens verloofde Lida terecht, bij wie hij zijn hart lucht. Hierdoor wordt hij kwetsbaarder. Na hun kus, voelt hij zich nog kleiner worden en als hij daarna zijn oom Selhorst aanvalt, die daardoor een beroerte krijgt, voelt hij zich ook nog eens enorm schuldig. Uiteindelijk gaat hij naar Nel, wiens man hem uiteindelijk vermoordt. Frits Schotel de Bie neemt zich voor een perfecte leraar te worden. Als hij zich op zijn eerste dag al niet weet te beheersen en Corvage beledigt, wordt hij al iets minder zelfverzekerd. Als hij er de volgende dag achterkomt dat Philip dood is gevonden in de gracht nadat deze bij hem aan de deur was geweest om hem te vragen of hij zijn excuses wilde aanbieden voor de klas, is er een stuk minder van zijn zelfingenomenheid over. De genadeklap echter komt als zijn verloofde hem verlaat, geschokt door de dood van Corvage. Schotel de Bie slijt de rest van zijn dagen als een gebochelde, getergde man. De ondergang van het gebit van Corvage, kan symbool staan voor deze ondergang van Schotel de Bie, Philip Corvage en de relatie tussen Lida en Schotel de Bie.

Motieven
Een eerste motief is de manier van opvoeden of het gebrek daaraan. Philips moeder wordt niet duidelijk genoemd, maar over zijn vader wordt wel veel gezegd. Hij is eigenlijk door zijn oom opgevoed zonder moeder. Daardoor zoekt hij in Nel en Lida een moederfiguur. Dit zorgt voor problemen. De man van Nel denkt dat Philip en Nel een verhouding hebben en de gesrekken tussen Philip en Lida zorgen ervoor dat Lida de relatie met Frits verbreekt. Bij Schotel de Bie is het juist precies omgekeerd. Hij heeft het gevoel dat zijn moeder de enige is die hem echt begrijpt. Hierdoor kan Lida nooit op de eerste plek komen. Hij beschouwt haar gewoon als minderwaardig.

Een ander motief is het slechte gebit van Philip Corvage. Dit gebit komt het hele boek terug. Het is de oorzaak van vele ruzies tussen Philip en zijn oom en het is de oorzaak van de spanningen tussen Philip en Schotel de Bie. Door het hele boek heen zijn er steeds verwijzingen naar het gebit.

Een ander motief is geweld. Er wordt op een aantal plaatsen geweld gebruikt in het boek, soms met ingrijpende gevolgen. Wanneer oom Selhorst de overleden vader van Philip beschuldigt een oplichter te zijn geweest, valt Philip zijn oom aan, die daardoor een beroerte krijgt en op de grond valt. Wanneer Philip naar zijn tante is om hulp te halen, slaat de huishoudster, Nel, Selhorst nog een keer op zijn hoofd met een stok om Philip te beschermen.  Aan het eind van het boek slaat de man van Nel Philip op zijn hoofd en duwt hem in het water, waardoor het lijkt alsof Corvage door alle gebeurtenissen zelfmoord heeft gepleegd.

Het vierde motief is de dood. Ten eerste is het gebit van Philip Corvage ‘dood’. Schotel de Bie maakt niet voor niets de opmerking ‘Hou je afgebrande kerkhof een beetje voor je zeg!’. Aan het eind van het boek is Corvage natuurlijk ook dood en Philips oom Selhorst krijgt een beroerte, waaraan hij uiteindelijk overlijdt, als hij hoort dat Corvage dood is. Er kan ook gezegd worden dat Schotel de Bie dood is, want hij leeft weliswaar nog wel, maar hij heeft geen levenslust meer.

Jaloezie speelt ook een grote rol in het boek. De man van Nel is jaloers op Corvage, omdat hij denkt dat hij een verhouding heeft met Nel of iets dergelijks. Hij is zelfs zo jaloers dat hij Corvage dronken voert en uiteindelijk vermoordt.

Hoe gaan de belangrijkste personen om met hun problemen?

Philip Corvage
Philip heeft thuis problemen met zijn oom Selhorst. Hij pakt zijn problemen niet aan, maar hij verlegt ze als het ware naar school en naar zijn gebit. Hij is op school tegendraads terwijl hij een heel slimme jongen is. Hij verminkt zijn gebit door okkernoten te kraken met zijn tanden. Dit kun je zien als een manier van afreageren. Wanneer hij met Lida heeft gepraat en haar heeft gezoend, voelt hij zich een ander mens. Als Selhorst dan weer het woord oplichter in de mond neemt, vliegt Philip hem aan. Als zijn oom op de grond ligt, raakt Philip in paniek. Hij heeft het gevoel dat hij zijn oom heeft vermoord en hij vlucht weg. Hij gaat naar Lida, hij dwaalt door de stad, hij gaat naar Nel en uiteindelijk wordt hij vermoord door de man van Nel.

Frits Schotel de Bie
Frits heeft wel een aantal problemen, maar hij verdringt deze. Dit is dus eigenlijk vluchtgedrag. Hij wil bijvoorbeeld niet inzien dat zijn relatie met Lida niet werkt. Het is uiteindelijk Lida die de relatie verbreekt en Frits blijft achter met een gevoel van onbegrip. Wanneer Lida hem heeft verlaten, wordt hij een zielig mannetje. Hij geeft zijn problemen geen plek, hij vlucht er niet voor weg, maar hij laat ze gewoon over zich heen komen. Hij heeft geen levenslust meer en hij heeft geen energie meer om de problemen aan te pakken.

Lida Feltkamp
Lida probeert met haar problemen om te gaan. Ze weet dat haar relatie met Frits niet goed is, en verbreekt deze dan ook. Wanneer Frits haar niets over de school wil vertellen waar ze zo nieuwsgierig naar is, probeert ze informatie te krijgen via Philip Corvage. Zo komt ze toch dingen te weten die haar interesseren.

Nel
Nel vlucht weg voor haar problemen. Doordat ze eigenlijk bang is voor haar man, probeert ze zo lang mogelijk bij Philip te blijven, op wie ze eigenlijk een beetje verliefd is, maar meer als een moeder en een kind.

Oom Selhorst
Oom Selhorst vlucht weg voor zijn problemen. Hij had een afkeer van de vader van Philip en projecteert deze afkeer nu op Philip terwijl hij hier geen reden voor heeft. Als hij heel boos wordt op Philip, kan hij een beroerte krijgen. Hij wil dit alleen zelf niet onder ogen zien, en wordt dus toch boos. Dit wordt uiteindelijk zijn noodlot.

Piet (de man van Nel)
Piet vlucht ook voor zijn probleem weg. Zijn probleem is Philip Corvage. Hij denkt dat Philip een verhouding heeft met Nel. Hij vermoordt Philip, waardoor zijn probleem op zich wel is opgelost, maar hij heeft het wel op een laffe manier opgelost. Daarom vind ik het toch een soort vluchtgedrag.

Conclusie
Al met al denk ik dat er in het boek sprake is van een mengeling van de stromingen Romantiek en Naturalisme. Bijna alle personen vertonen vluchtgedrag en er is sprake van veel zwarte humor. Het verhaal loopt ook erg slecht af, namelijk met de dood. Dit zijn aanwijzingen voor de stroming van de Romantiek. Er is echter ook sprake van het Naturalisme, want Philip is erfelijk belast. De vader van Philip was een oplichter en daar wordt Philip nu voor veroordeeld. Hij heeft ook trekjes van zijn vader. Frits is benadeeld door zijn milieu. Door zijn opvoeding door zijn moeder is nu niemand goed genoeg voor hem. Lida is ook door haar milieu benadeeld. Doordat iederen haar vergeleek met een Egyptische koningin, waar zij zelf niet om gevraagd had, wordt zij nu door iedereen scheef aangekeken.  Ik vind het moeilijk om één van de twee stromingen als hoofdstroming aan te wijzen, maar als ik echt moet kiezen kies ik voor de Romantiek. Bijna alle personen vertonen vluchtgedrag en er is sprake van een origineel verhaal.

Gebruik van ruimte

Er wordt eigenlijk gebruik gemaakt van twee ruimtes: de school en de stad. Het zijn twee gescheiden werelden. Pas wanneer Frits op de school gaat werken en Philip tegenkomt, raken de twee werelden in elkaar verstrengeld. Wanneer dit gebeurt, gaat eigenlijk alles mis. Er wordt niet echt gebruik gemaakt van de ruimtes, er wordt meer beschreven wat er precies gebeurt in die ruimtes.

Eigen mening

Structureel argument
Zoals ik net al zei bij het gebruik van de ruimte, zijn er in het begin twee aparte werelden: de wereld van Philip en de wereld van Frits en Lida. Wanneer Frits op de school gaat werken, komen hij en Philip elkaar tegen en wordt uiteindelijk ook Lida in de schoolwereld betrokken via de verhalen van Philip. Dit vind ik heel goed.
Doordat je aan het begin niets weet en je stukje bij beetje meer te weten komt, wordt er steeds meer naar een climax toe gewerkt. Ik vind het ook heel goed dat je het verhaal uit verschillende oogpunten ziet. Hierdoor kom je meer te weten als lezer.

Emotioneel argument
Ik vond het boek heel erg leuk om te lezen. Ik vond het personage van Philip Corvage heel leuk en grappig, maar ik leefde soms ook echt met hem mee. Hij heeft het op sommige momenten natuurlijk wel heel moeilijk in het boek. Ik was ook wel geboeid door de loop van het verhaal. Zo zie je maar dat door één opmerking veel tot stand kan komen. Nu is dat natuurlijk wel heel erg uitvergroot in het boek, maar dit is op kleinere schaal ook zo in het echte leven.

Intentioneel argument
Ik denk dat de intentie van Vestdijk was, om te laten zien dat een toevallige gebeurtenis grote gevolgen kan hebben, maar ik denk dat hij ook wilde laten zien wat een grote invloed ouders op hun kinderen hebben. Philip en Frits zijn zo erg getekend door hun ouders dat het uiteindelijk helemaal verkeerd met hen afloopt. Ik ben het helemaal met de schrijver eens, want dit is echt zo. Mensen met een slechte opvoeding komen vaak later niet goed terecht of ze blijven altijd iets missen. Ik vind dat Vestdijk er goed in geslaagd is deze bedoelingen  te realiseren, want je kunt heel duidelijk zien hoe een kleine opmerking zoveel teweeg kan brengen.

Moreel argument
Ivoren Wachters is niet echt een moreel boek. Het is meer een beschrijvend verhaal over de gebeurtenissen. Er worden niet echt meningen over personen gegeven, behalve dan door Schotel de Bie over Philip Corvage. Hierdoor blijf je objectief en ben je in staat om je eigen mening over de personen te vormen.

Realistisch argument
Het verhaal is niet realistisch, maar doordat het zo realistisch is beschreven lijkt het wel alsof het zo zou kunnen gebeuren. De wereld van het verhaal is ook heel werkelijk. Dat helpt ook mee om het geloofwaardiger te maken. Daarom vind ik het boek heel knap geschreven.

Vernieuwingsargument
Ik vond het boek heel verrassend en heel anders dan andere boeken die ik heb gelezen. Het boek is echt geschreven vanuit het gebit van Philip Corvage. Het hele boek draait hierom. Ivoren Wachters is geschreven in 1951, dit was de de tijd van de wederopbouw na de oorlog. Dat het thema van dit boek dan juist het verval is, vind ik wel erg goed bedacht.

Stilistisch argument
Er wordt geschreven in lange zinnen en het taalgebruik is nog erg ouderwets. Daardoor vond ik het in het begin heel moeilijk om door het boek heen te komen, maar na drie hoofdstukken ging dat veel makkelijker. De personages van Philip en de rector gebruiken allebei veel Latijnse zinnen. Dit is kenmerkend voor de personages. Philip is een echte dichter en de rector een echte leraar klassieke talen.

Bronnen

Ivoren Wachters -  Simon Vestdijk