Beschrijving
Anna
Enquist – De ThuiskomstUitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 2005
Druk: Eerste druk
Aantal pagina’s: 415
Genre
De Thuiskomst is een historische
roman. Anna Enquist heeft geschreven over het leven van Elizabeth Cook, de
vrouw van James Cook. James Cook was een Britse zeevaarder en cartograaf. Hij
is bekend geworden door zijn drie ontdekkingstochten naar de Grote Oceaan.
Samenvatting
Deel 1April 1775. De 34-jarige Elizabeth Cook wacht op de terugkeer van haar man James. Deze selfmade zeeman is in 1772 voor een tweede grote zeereis uitgevaren om in opdracht van de Royal Society onbekende gebieden in kaart te brengen. Elizabeth hoopt dat hij het varen eraan zal geven en voor zijn gezin zal kiezen. Ze heeft in de tijd dat hij van huis was veel verdriet moeten verwerken: drie van haar vijf kinderen zijn overleden: Joseph (1768), Elly (1771) en George (1772). Vooral de dood van Elly, haar enige dochter, heeft haar aangegrepen. Ze voelt zich er schuldig aan omdat het meisje werd overreden door een koets toen Elizabeth even niet oplette. De twee overgebleven zonen (James, 12 jaar; Nathaniel, 11 jaar) kennen hun vader nauwelijks. Overeenkomstig de wil van hun vader zullen ze naar de zeevaartschool gaan, hoewel de zachtaardige Nathaniel, die prachtig viool kan spelen, liever iets in de muziek wil gaan doen.
In haar eenzaamheid krijgt ze steun van Hugh Palliser, een oude vriend van de familie. Palliser is thesaurier van de Marine en heeft James flink geholpen bij zijn carrière. Ook Frances (James’ achternichtje) is haar tot steun: Elizabeth schrijft haar lange brieven waarin ze haar hart lucht. Van James ontvangt ze uitgebreide brieven, die vooral gaan over zijn reizen enn ontdekkingen. Op zijn advies houdt ze een thuisjournaal bij waarin ze de gebeurtenissen van alledag noteert. Ze stopt ermee na de dood van George.
Na zijn terugkomst heeft James het druk met het afwikkelen van allerlei zaken, zoals het redigeren en publiceren van zijn journaals. Hij wordt bij de koning ontboden, krijgt alom lof toegezwaaid, wordt voorgedragen als lid van de Academie en krijgt zijn verwachte promotie tot kapitein. Tot genoegen van Elizabeth accepteert hij een benoeming tot medebevelhebber in het Marinehospitaal, ‘Een verkapte pensionering’ (p.89). Ze raakt opnieuw zwanger.
Deel II
In
het begin van het nieuwe jaar worden voorbereidingen getroffen voor een nieuwe
zeereis. De koning heeft een riante beloning uitgeloofd voor degene die een
noordelijke doorgang ontdekt. James belooft zijn vrouw en kinderen dat hij niet
meer op reis zal gaan (‘ik heb genoeg gevaren’, p.139): een collega van hem,
kapitein Clerke, acht hij prima in staat de expeditie te leiden. Maar de
Admiraliteit is het daar niet mee eens: ze vindt Clerke te weinig serieus en
een rokkenjager. Ook andere kandidaten vallen af. Om de impasse te doorbreken
biedt James zich als bevelhebber aan. Zijn voorstel wordt dankbaar aangenomen.
Tegen Elizabeth zegt hij dat het slechts om een formaliteit gaat: hij is nu
degene die de bemanning kan zoeken en de voorbereidingen voor de reis kan
treffen, tot het laatste moment kan hij zich nog laten vervangen. Elizabeth
vertrouwt het maar weinig en is woedend op Hugh Palliser omdat die haar had
beloofd er alles aan te doen om James aan de wal te houden. Na een succesvolle
introductievoordracht over gezondheid van zeelieden wordt James lid van de
Academie. Tijdens een toevallige ontmoeting met de koning belooft James
rundvee, pluimvee en paarden aan boord mee te nemen om aan de inlanders te
schenken. Elizabeth is hoogzwanger. Ze is ervan overtuigd dat ze een meisje zal baren, een vervangster voor Elly. Na een zware bevalling brengt ze echter een jongen ter wereld. James doopt hem Hugh, als eerbetoon aan zijn vriend. Elizabeth kan het niet accepteren (‘Het verkeerde kind’, p.231) en laat het zogen en de verzorging van het kind aan een min over, Charlotte. Ze noemt hem Benny: ‘Benjamin, dacht ze. Het jongste kind. Het laatste’ (p.234)
Begin augustus 1776 vaart James af naar Kaap de Goede Hoop. Hij wacht daar op de komst van Clerke, die hem zal aflossen voor de verdere reis. Maar als Clerke arriveert, wordt er tuberculose bij hem geconstateerd en besluit James als bevelhebber te blijven. Aan Elizabeth schrijft hij: ‘Ik kan mijn belofte aan jou niet houden. Het doet me pijn. Het is niet anders’ (p.259).
Deel III
Charlotte blijft Hugh verzorgen, Elizabeth kan het niet opbrengen een moeder voor hem te zijn. Ter afleiding van haar zorgen en verdriet helpt ze op een schooltje voor matrozenkinderen.
In 1780 ontvangt ze het bericht dat James in februari 1779 op Hawaï is overleden, vermoord door inboorlingen. In het journaal van Clerke, dat ze ter inzage krijgt, leest ze over de slechte conditie van de twee schepen, de vele vertragingen, de geweldige ontvangst op Hawaï, de vergeefse pogingen om via de Beringstraat een noordelijke doorvaart te vinden en de door averij noodgedwongen terugkeer naar Hawaï. De hernieuwde ontvangst op Hawaï was veel minder hartelijk, er waren schermutselingen en er werd gestolen. James had streng laten straffen en wilde het opperhoofd gijzelen om de gestolen waar terug te krijgen. Hoewel hij een stel gewapende mariniers bij zich had, liep het op een gevecht uit. James werd aangevallen en afgeslacht. Pas na dagenlang onderhandelen kreeg Clerke ‘de stoffelijke resten’ (p.284).
Als Hugh Palliser haar zijn deelneming komt betuigen, wordt ze woedend. Ze geeft hem de schuld van James’ dood. Hugh antwoordt dat James zelf naar zee wilde. ‘James heeft je verlaten, niet ik’ (p.297).
In 1781 verdrinkt haar zoon Nathaniel tijdens een reis naar West-Indië. Elizabeth is wekenlang wezenloos. Haar verdriet is extra schrijnend omdat Nathaniel na die reis zijn contract zou verbreken en zou stoppen met varen. In de gesprekken met meneer Hartland, organist en muziekleraar van Nathaniel, en zijn muziek vindt ze wat troost.
Via King (een medekapitein) en Isaac (een neef die ook aan boord was) krijgt Elizabeth wat meer informatie over de plotselinge dood van haar man. Onthullende informatie ontvangt ze echter van Boris Afanisovitsj, een Russische handelaar die haar de verzegelde laatste brief van kapitein Clerke overhandigt. In die brief, aan haar gericht, leest ze over James’ toenemende mateloze wreedheid, de slachting van inboorlingen en zijn afslachting. Clerke had vanaf het schip door een verrekijker alles kunnen volgen. De dode mariniers werden door de inlanders opgegeten, de resten van James pas na lang onderhandelen in delen overhandigd. Clerke had James een zeemansbegrafenis gegeven. Officiers hadden later om James’ kleren en bezittingen gedobbeld.
In het verslag van de derde zeereis leest Elizabeth de ‘leugens’ over haar man. Ze vraagt zich af wie hij in werkelijkheid was, wil hem begrijpen. Isaac neemt Elizabeth onder zijn hoede. Hij verhuist met haar in 1788 naar Clapham. Daar probeert ze een normaal leven te leiden: lezen, mensen ontvangen en soms uitgaan. De zoon van de inmiddels overleden meneer Hartland neemt haar mee naar concerten, waar ze geniet van nieuwe composities (Haydn, Mozart).
In 1793 sterft haar jongste zoon Hugh aan hevige koortsen, een jaar later is haar oudste zoon Jamie slachtoffer van een roofmoord. Maandenlang verkeert Elizabeth in een ‘beklagenswaardige toestand’ (p.382).
Nadat hij haar nog zijn liefde bekent, sterft Hugh Palliser in 1796. Enkele dagen later ontvangt ze via de notaris een verzegeld document. Het bevat een briefje van Hugh, waarin hij schrijft de laatste notities van James bewust te hebben achtergehouden omdat ze bij publicatie voor te veel opschudding zouden zorgen. Na een lange worsteling heeft hij besloten haar die toch te laten lezen: zo kan ze onbezwaard haar onderzoek naar zijn dood afmaken. Elizabeth leest over James’ plechtige ontvangst op Hawaï, waar hij als een koning en een god werd vereerd. James had zich op het eiland ‘thuis’ gevoeld en een plan bedacht om daar te kunnen blijven. Hij had zich geofferd zodat het eiland voor eeuwig aan hem verbonden zou zijn. ‘Het uiterste offer’ (p.399).
Isaac is overleden (1831). Elizabeth haalt uit de muurkast de kist waarin ze al die jaren haar geheime documenten heeft bewaard. Ze verbrandt de documenten in de vuurkorf in de boomgaard. Ze denkt: ‘Ik sta mijn leven op te stoken’ (p.404) en voelt zich opgelucht. Ze kijkt uit over het landschap. In de verte ziet ze James en haar kinderen.
Literair gewicht
Ik schaar De Thuiskomst onder literatuur, omdat het veel literaire kenmerken heeft. Ten eerste wordt er in het boek heel erg de nadruk gelegd op beschrijvingen, gedachten en sfeer. Al meteen op de eerste bladzijde van het boek kom je terecht in de gedachten van Elizabeth Cook. Ze kijkt naar de grote tafel die vol ligt met rommel en ze bedenkt dat ze die nodig eens leeg moet ruimen. Ze wil dat de tafel leeg is als James thuiskomt:
Dit soort beschrijvingen kom je erg vaak tegen in het boek. Het boek is dik en een en al beschrijving. Hierdoor wordt het soms erg saai en kom je er lastig doorheen. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van flashbacks. Ten eerste door gedachten van Elizabeth over het verleden. Ze denkt vooral vaak aan haar gestorven kinderen en dan voornamelijk Elly. In dit fragment denkt ze terug aan het moment waarop James thuis kwam van zijn eerste reis. Hij weet nog niet dat hun dochtertje is overleden:
Maar het leek of een
eerder weerzien zich voor het huidige wrong, of er een ontredderd meisje tussen
haar ribben stond. Met grote stappen was hij toen, na de eerste wereldreis, het
huis in gekomen, hoed in de hand, gebruind, gespierd. Zij had verslagen tegen
het lauwe fornuis gestaan. Frances week met de jongens aan haar zij uit naar de
gang. Hij was op anderhalve meter van haar tot stilstand gekomen, zijn ogen
joegen snel langs de muren en vloer – geen pop, geen kinderstoel, geen
verfrommeld schortje met papvlekken. Ze zag zijn wangen grijs worden.
Blz. 53
Er
worden echter ook tijdsprongen gemaakt in de vorm van journalen van James.
Elizabeth leest daarin over de reizen van haar man. Zo ben je als lezer even
terug in de tijd. Dit is een dag uit het journaal van James Cook:
6 februari. Iedereen
geroerd door het afscheid. Alles is hier anders geweest dan op de andere eilanden.
Nergens werden we met meer respect bejegend. Toch lijken mijn mannen opgelucht
nu we weer op zee zijn. Op weg naar het noorden, denken ze. Ik heb aangekondigd
dat we eerst de kleinere eilanden in deze archipel gaan onderzoeken. Werd
onpasselijk toen ik het zei. Onderzoeken! Ik weet nu dat onderzoek niets
oplost. Feiten verzamelen, observeren, verslag leggen – zinloos. Het verleent
je een schijn van weten, een schaamlap voor de machteloosheid. De tijd van
onderzoek is voorbij! Het ware begrip onttrekt zich aan onderzoek. Ik weiger om
aan dek te komen, ik zoek de uitputting die ik op het altaar ervoer. Toen was
het ware begrip vlakbij, het ontglipte me op een haar na. God, wat haat ik die
stinkende matrozen. Er staat een flinke bries. Ga me er niet mee bemoeien.
Blz. 397
In
het boek worden ook zaken beschreven die afwijken van de heersende moraal. Een
van die zaken is het feit dat Elizabeth eigenlijk helemaal niet blij is als
James thuiskomt van een lange reis. Volgens de moraal moeten mensen heel blij
zijn na lange tijd een persoon terug te zien van wie ze houden. Dit is bij
Elizabeth helemaal niet het geval. Ze wil James eigenlijk liever weg hebben. Ze
voelt zich niet met hem op haar gemak:
De tijd verstreek met
razende vaart; voor ze het wist waren de jongens gaan slapen en schemerde het
in de tuin. Avond, en straks de nacht. Ze stond gebogen over het vaatwerk en
was zich hinderlijk bewust van de man die achter haar rug aan tafel zat. Een
gast in haar huis die ze moest verwelkomen en ter wille zijn. Maar zo was het
niet, hij woonde hier en zou hier blijven wonen. Ze moest terugtreden uit haar
kamers om ruimte voor hem te maken. Zweet prikte in haar hals en ze dacht aan
haar huid onder de zomerjurk, aan de onbekend geworden, zoute huid van de ander
onder zijn uniform. Ze wilde stampvoeten van woede omdat ze het verlangen naar
hem niet kon oproepen. Waar was het vuur van al die eenzame zomernachten,
waarom voelde ze geen vreugde maar slechts een onbehaaglijk ongemak? Hij zat
daar maar, zijn lange benen uitgestrekt onder de tafel, hij zat maar een keek.
Straks zouden ze naar boven gaan. Naar
het bed.
Blz. 75
Wanneer
Elizabeth voor de laatste keer zwanger is, is ze er heilig van overtuigd dat
het kind dat ze in zich draagt een meisje is. Als ze er na een zware bevalling
achter komt dat het een kind een jongetje is en dat het kind ook naar Hugh
Palliser is vernoemd, voelt ze zich verschrikkelijk. Nu heeft ze geen vervanging voor Elly
gevonden en is ze eeuwig verbonden aan Hugh Palliser. Ze laat het jongetje,
Benny, opvoeden door een min en heeft zelf geen enkele band met het kind. Dit
is afwijkend van de heersende moraal. Het hoort zo te zijn dat moeders gelijk
gek zijn op hun kinderen.
Een matroos erbij,
dacht ze, voor hem. Hebben ze baby’s verwisseld toen ik niet oplette? Dat kan toch
niet, er is maar één baby. Maar waar is mijn meisje dan? Het klopt niet. Het is
verkeerd. ‘Hugh,’ zei James. ‘Hij heet Hugh. Een eerbetoon aan Palliser. Daar
zal hij content mee zijn.’ Hij vernoemt zijn kinderen zoals hij eilanden en
baaien een naam geeft, dacht ze. Hugh! Hij moest eens weten. Hugh! Dat kreeg ze
toch nooit over haar lippen, dat was te zot om waar te zijn. Ze barstte in
zenuwachtig gieren uit, ze kon niet meer ophouden, een klucht was het, ze
hadden hier in de slapkamer komedie gespeeld en het hoogtepunt was de komst van
het verkeerde kind. Dat Hugh heette. Lachstuipen. Applaus. Doek.
Blz. 232
Door
al deze literaire kenmerken, heeft het boek een hoog literair gehalte. Op de
oordeelbalk scoort het boek dan ook zeer hoog.