woensdag 30 mei 2012

KLAS 5 Leesverslag De Thuiskomst – Anna Enquist

Algemene informatie
Beschrijving
Anna Enquist – De Thuiskomst
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar van uitgave: 2005
Druk: Eerste druk
Aantal pagina’s: 415

Genre
De Thuiskomst is een historische roman. Anna Enquist heeft geschreven over het leven van Elizabeth Cook, de vrouw van James Cook. James Cook was een Britse zeevaarder en cartograaf. Hij is bekend geworden door zijn drie ontdekkingstochten naar de Grote Oceaan.

Samenvatting
Deel 1
April 1775. De 34-jarige Elizabeth Cook wacht op de terugkeer van haar man James. Deze selfmade zeeman is in 1772 voor een tweede grote zeereis uitgevaren om in opdracht van de Royal Society onbekende gebieden in kaart te brengen. Elizabeth hoopt dat hij het varen eraan zal geven en voor zijn gezin zal kiezen. Ze heeft in de tijd dat hij van huis was veel verdriet moeten verwerken: drie van haar vijf kinderen zijn overleden: Joseph (1768), Elly (1771) en George (1772). Vooral de dood van Elly, haar enige dochter, heeft haar aangegrepen. Ze voelt zich er schuldig aan omdat het meisje werd overreden door een koets toen Elizabeth even niet oplette. De twee overgebleven zonen (James, 12 jaar; Nathaniel, 11 jaar) kennen hun vader nauwelijks. Overeenkomstig de wil van hun vader zullen ze naar de zeevaartschool gaan, hoewel de zachtaardige Nathaniel, die prachtig viool kan spelen, liever iets in de muziek wil gaan doen.
In haar eenzaamheid krijgt ze steun van Hugh Palliser, een oude vriend van de familie. Palliser is thesaurier van de Marine en heeft James flink geholpen bij zijn carrière. Ook Frances (James’ achternichtje) is haar tot steun: Elizabeth schrijft haar lange brieven waarin ze haar hart lucht. Van James ontvangt ze uitgebreide brieven, die vooral gaan over zijn reizen enn ontdekkingen. Op zijn advies houdt ze een thuisjournaal bij waarin ze de gebeurtenissen van alledag noteert. Ze stopt ermee na de dood van George.
Na zijn terugkomst heeft James het druk met het afwikkelen van allerlei zaken, zoals het redigeren en publiceren van zijn journaals. Hij wordt bij de koning ontboden, krijgt alom lof toegezwaaid, wordt voorgedragen als lid van de Academie en krijgt zijn verwachte promotie tot kapitein. Tot genoegen van Elizabeth accepteert hij een benoeming tot medebevelhebber in het Marinehospitaal, ‘Een verkapte pensionering’ (p.89). Ze raakt opnieuw zwanger.

Deel II
In het begin van het nieuwe jaar worden voorbereidingen getroffen voor een nieuwe zeereis. De koning heeft een riante beloning uitgeloofd voor degene die een noordelijke doorgang ontdekt. James belooft zijn vrouw en kinderen dat hij niet meer op reis zal gaan (‘ik heb genoeg gevaren’, p.139): een collega van hem, kapitein Clerke, acht hij prima in staat de expeditie te leiden. Maar de Admiraliteit is het daar niet mee eens: ze vindt Clerke te weinig serieus en een rokkenjager. Ook andere kandidaten vallen af. Om de impasse te doorbreken biedt James zich als bevelhebber aan. Zijn voorstel wordt dankbaar aangenomen. Tegen Elizabeth zegt hij dat het slechts om een formaliteit gaat: hij is nu degene die de bemanning kan zoeken en de voorbereidingen voor de reis kan treffen, tot het laatste moment kan hij zich nog laten vervangen. Elizabeth vertrouwt het maar weinig en is woedend op Hugh Palliser omdat die haar had beloofd er alles aan te doen om James aan de wal te houden. Na een succesvolle introductievoordracht over gezondheid van zeelieden wordt James lid van de Academie. Tijdens een toevallige ontmoeting met de koning belooft James rundvee, pluimvee en paarden aan boord mee te nemen om aan de inlanders te schenken.
Elizabeth is hoogzwanger. Ze is ervan overtuigd dat ze een meisje zal baren, een vervangster voor Elly. Na een zware bevalling brengt ze echter een jongen ter wereld. James doopt hem Hugh, als eerbetoon aan zijn vriend. Elizabeth kan het niet accepteren (‘Het verkeerde kind’, p.231) en laat het zogen en de verzorging van het kind aan een min over, Charlotte. Ze noemt hem Benny: ‘Benjamin, dacht ze. Het jongste kind. Het laatste’ (p.234)
Begin augustus 1776 vaart James af naar Kaap de Goede Hoop. Hij wacht daar op de komst van Clerke, die hem zal aflossen voor de verdere reis. Maar als Clerke arriveert, wordt er tuberculose bij hem geconstateerd en besluit James als bevelhebber te blijven. Aan Elizabeth schrijft hij: ‘Ik kan mijn belofte aan jou niet houden. Het doet me pijn. Het is niet anders’ (p.259).

Deel III
Charlotte blijft Hugh verzorgen, Elizabeth kan het niet opbrengen een moeder voor hem te zijn. Ter afleiding van haar zorgen en verdriet helpt ze op een schooltje voor matrozenkinderen.
In 1780 ontvangt ze het bericht dat James in februari 1779 op Hawaï is overleden, vermoord door inboorlingen. In het journaal van Clerke, dat ze ter inzage krijgt, leest ze over de slechte conditie van de twee schepen, de vele vertragingen, de geweldige ontvangst op Hawaï, de vergeefse pogingen om via de Beringstraat een noordelijke doorvaart te vinden en de door averij noodgedwongen terugkeer naar Hawaï. De hernieuwde ontvangst op Hawaï was veel minder hartelijk, er waren schermutselingen en er werd gestolen. James had streng laten straffen en wilde het opperhoofd gijzelen om de gestolen waar terug te krijgen. Hoewel hij een stel gewapende mariniers bij zich had, liep het op een gevecht uit. James werd aangevallen en afgeslacht. Pas na dagenlang onderhandelen kreeg Clerke ‘de stoffelijke resten’ (p.284).
Als Hugh Palliser haar zijn deelneming komt betuigen, wordt ze woedend. Ze geeft hem de schuld van James’ dood. Hugh antwoordt dat James zelf naar zee wilde. ‘James heeft je verlaten, niet ik’ (p.297).
In 1781 verdrinkt haar zoon Nathaniel tijdens een reis naar West-Indië. Elizabeth is wekenlang wezenloos. Haar verdriet is extra schrijnend omdat Nathaniel na die reis zijn contract zou verbreken en zou stoppen met varen. In de gesprekken met meneer Hartland, organist en muziekleraar van Nathaniel, en zijn muziek vindt ze wat troost.
Via King (een medekapitein) en Isaac (een neef die ook aan boord was) krijgt Elizabeth wat meer informatie over de plotselinge dood van haar man. Onthullende informatie ontvangt ze echter van Boris Afanisovitsj, een Russische handelaar die haar de verzegelde laatste brief van kapitein Clerke overhandigt. In die brief, aan haar gericht, leest ze over James’ toenemende mateloze wreedheid, de slachting van inboorlingen en zijn afslachting. Clerke had vanaf het schip door een verrekijker alles kunnen volgen. De dode mariniers werden door de inlanders opgegeten, de resten van James pas na lang onderhandelen in delen overhandigd. Clerke had James een zeemansbegrafenis gegeven. Officiers hadden later om James’ kleren en bezittingen gedobbeld.
In het verslag van de derde zeereis leest Elizabeth de ‘leugens’ over haar man. Ze vraagt zich af wie hij in werkelijkheid was, wil hem begrijpen. Isaac neemt Elizabeth onder zijn hoede. Hij verhuist met haar in 1788 naar Clapham. Daar probeert ze een normaal leven te leiden: lezen, mensen ontvangen en soms uitgaan. De zoon van de inmiddels overleden meneer Hartland neemt haar mee naar concerten, waar ze geniet van nieuwe composities (Haydn, Mozart).
In 1793 sterft haar jongste zoon Hugh aan hevige koortsen, een jaar later is haar oudste zoon Jamie slachtoffer van een roofmoord. Maandenlang verkeert Elizabeth in een ‘beklagenswaardige toestand’ (p.382).
Nadat hij haar nog zijn liefde bekent, sterft Hugh Palliser in 1796. Enkele dagen later ontvangt ze via de notaris een verzegeld document. Het bevat een briefje van Hugh, waarin hij schrijft de laatste notities van James bewust te hebben achtergehouden omdat ze bij publicatie voor te veel opschudding zouden zorgen. Na een lange worsteling heeft hij besloten haar die toch te laten lezen: zo kan ze onbezwaard haar onderzoek naar zijn dood afmaken. Elizabeth leest over James’ plechtige ontvangst op Hawaï, waar hij als een koning en een god werd vereerd. James had zich op het eiland ‘thuis’ gevoeld en een plan bedacht om daar te kunnen blijven. Hij had zich geofferd zodat het eiland voor eeuwig aan hem verbonden zou zijn. ‘Het uiterste offer’ (p.399).
Isaac is overleden (1831). Elizabeth haalt uit de muurkast de kist waarin ze al die jaren haar geheime documenten heeft bewaard. Ze verbrandt de documenten in de vuurkorf in de boomgaard. Ze denkt: ‘Ik sta mijn leven op te stoken’ (p.404) en voelt zich opgelucht. Ze kijkt uit over het landschap. In de verte ziet ze James en haar kinderen.


Literair gewicht

Ik schaar De Thuiskomst onder literatuur, omdat het veel literaire kenmerken heeft. Ten eerste wordt er in het boek heel erg de nadruk gelegd op beschrijvingen, gedachten en sfeer. Al meteen op de eerste bladzijde van het boek kom je terecht in de gedachten van Elizabeth Cook. Ze kijkt naar de grote tafel die vol ligt met rommel en ze bedenkt dat ze die nodig eens leeg moet ruimen.  Ze wil dat de tafel leeg is als James thuiskomt:

 Hij verwacht een lege tafel als hij terugkomt, dacht ze. Hij zal koffers en tassen het huis in dragen vol journalen, schetsen en kaarten. Die moeten plat liggen op een schone tafel, geboend en gewreven zodat hij glimt als een waterplas. Een tafel die uitnodigt om er mappen op te leggen en stapels te maken van boeken en papieren in een volmaakte orde. Geen vuilnisbelt. De tuinkamer waarin de tafel staat, die vrijwel geheel door de tafel gevuld wordt – nee, er is ruimte genoeg, het is meer dat de tafel centraal staat in deze kamer, er is geen ontkomen aan, de kamer lijkt erom heen gebouwd, een tabernakel voor een houten altaar - , moet schoongemaakt en misschien gewit worden.
Blz. 13

Dit soort beschrijvingen kom je erg vaak tegen in het boek. Het boek is dik en een en al beschrijving. Hierdoor wordt het soms erg saai en kom je er lastig doorheen. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van flashbacks. Ten eerste door gedachten van Elizabeth over het verleden. Ze denkt vooral vaak aan haar gestorven kinderen en dan voornamelijk Elly. In dit fragment denkt ze terug aan het moment waarop James thuis kwam van zijn eerste reis. Hij weet nog niet dat hun dochtertje is overleden:

Maar het leek of een eerder weerzien zich voor het huidige wrong, of er een ontredderd meisje tussen haar ribben stond. Met grote stappen was hij toen, na de eerste wereldreis, het huis in gekomen, hoed in de hand, gebruind, gespierd. Zij had verslagen tegen het lauwe fornuis gestaan. Frances week met de jongens aan haar zij uit naar de gang. Hij was op anderhalve meter van haar tot stilstand gekomen, zijn ogen joegen snel langs de muren en vloer – geen pop, geen kinderstoel, geen verfrommeld schortje met papvlekken. Ze zag zijn wangen grijs worden.
Blz. 53

Er worden echter ook tijdsprongen gemaakt in de vorm van journalen van James. Elizabeth leest daarin over de reizen van haar man. Zo ben je als lezer even terug in de tijd. Dit is een dag uit het journaal van James Cook:

6 februari. Iedereen geroerd door het afscheid. Alles is hier anders geweest dan op de andere eilanden. Nergens werden we met meer respect bejegend. Toch lijken mijn mannen opgelucht nu we weer op zee zijn. Op weg naar het noorden, denken ze. Ik heb aangekondigd dat we eerst de kleinere eilanden in deze archipel gaan onderzoeken. Werd onpasselijk toen ik het zei. Onderzoeken! Ik weet nu dat onderzoek niets oplost. Feiten verzamelen, observeren, verslag leggen – zinloos. Het verleent je een schijn van weten, een schaamlap voor de machteloosheid. De tijd van onderzoek is voorbij! Het ware begrip onttrekt zich aan onderzoek. Ik weiger om aan dek te komen, ik zoek de uitputting die ik op het altaar ervoer. Toen was het ware begrip vlakbij, het ontglipte me op een haar na. God, wat haat ik die stinkende matrozen. Er staat een flinke bries. Ga me er niet mee bemoeien.
Blz. 397

In het boek worden ook zaken beschreven die afwijken van de heersende moraal. Een van die zaken is het feit dat Elizabeth eigenlijk helemaal niet blij is als James thuiskomt van een lange reis. Volgens de moraal moeten mensen heel blij zijn na lange tijd een persoon terug te zien van wie ze houden. Dit is bij Elizabeth helemaal niet het geval. Ze wil James eigenlijk liever weg hebben. Ze voelt zich niet met hem op haar gemak:

De tijd verstreek met razende vaart; voor ze het wist waren de jongens gaan slapen en schemerde het in de tuin. Avond, en straks de nacht. Ze stond gebogen over het vaatwerk en was zich hinderlijk bewust van de man die achter haar rug aan tafel zat. Een gast in haar huis die ze moest verwelkomen en ter wille zijn. Maar zo was het niet, hij woonde hier en zou hier blijven wonen. Ze moest terugtreden uit haar kamers om ruimte voor hem te maken. Zweet prikte in haar hals en ze dacht aan haar huid onder de zomerjurk, aan de onbekend geworden, zoute huid van de ander onder zijn uniform. Ze wilde stampvoeten van woede omdat ze het verlangen naar hem niet kon oproepen. Waar was het vuur van al die eenzame zomernachten, waarom voelde ze geen vreugde maar slechts een onbehaaglijk ongemak? Hij zat daar maar, zijn lange benen uitgestrekt onder de tafel, hij zat maar een keek. Straks zouden  ze naar boven gaan. Naar het bed.
Blz. 75

Wanneer Elizabeth voor de laatste keer zwanger is, is ze er heilig van overtuigd dat het kind dat ze in zich draagt een meisje is. Als ze er na een zware bevalling achter komt dat het een kind een jongetje is en dat het kind ook naar Hugh Palliser is vernoemd, voelt ze zich verschrikkelijk.  Nu heeft ze geen vervanging voor Elly gevonden en is ze eeuwig verbonden aan Hugh Palliser. Ze laat het jongetje, Benny, opvoeden door een min en heeft zelf geen enkele band met het kind. Dit is afwijkend van de heersende moraal. Het hoort zo te zijn dat moeders gelijk gek zijn op hun kinderen.

Een matroos erbij, dacht ze, voor hem. Hebben ze baby’s verwisseld toen ik niet oplette? Dat kan toch niet, er is maar één baby. Maar waar is mijn meisje dan? Het klopt niet. Het is verkeerd. ‘Hugh,’ zei James. ‘Hij heet Hugh. Een eerbetoon aan Palliser. Daar zal hij content mee zijn.’ Hij vernoemt zijn kinderen zoals hij eilanden en baaien een naam geeft, dacht ze. Hugh! Hij moest eens weten. Hugh! Dat kreeg ze toch nooit over haar lippen, dat was te zot om waar te zijn. Ze barstte in zenuwachtig gieren uit, ze kon niet meer ophouden, een klucht was het, ze hadden hier in de slapkamer komedie gespeeld en het hoogtepunt was de komst van het verkeerde kind. Dat Hugh heette. Lachstuipen. Applaus. Doek.
Blz. 232

Door al deze literaire kenmerken, heeft het boek een hoog literair gehalte. Op de oordeelbalk scoort het boek dan ook zeer hoog.




dinsdag 29 mei 2012

KLAS 5 Betoog Verlichting Kleine gedigten voor kinderen - Hieronymus van Alphen

   Ik vind dat Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen representatief is voor de Verlichtingsliteratuur.
   De Verlichting loopt van ongeveer 1670 tot 1770. Deze stroming ontstaat doordat mensen steeds nieuwsgieriger worden. Het verstand wordt veel belangrijker, men legt de nadruk meer op het individu en men gaat klassieke schrijvers bestuderen en probeert die ook te overtreffen. Dit zijn de kenmerken van het rationalisme. Er heerst echter ook classicisme. Dit is een zeer strenge stroming, waarin er veel regels en voorschriften zijn waaraan men zich moet houden. Alles moet ordelijk, duidelijk en volmaakt zijn, net zoals in de klassieke oudheid. Veel literatuur is didactisch. Men heeft veel aandacht voor opvoeding en onderwijs.
   Kleine gedigten voor kinderen bevat een aantal gedichten die voor kinderen zijn  geschreven. Deze gedichten bevatten veel kenmerken van de Verlichtingsliteratuur. Ten eerste wordt er in de gedichtjes vaak  gesproken over deugdigheid, wat typisch is voor het classicisme. In het gedicht De Pruimenboom ziet Jantje pruimen hangen en hij twijfelt of hij er een paar zal plukken of niet. Hij denkt: ‘Hier is, zei hij, noch mijn vader, noch de tuinman die het ziet: aan een boom, zo vol geladen, mist men vijf zes pruimen niet. Maar ik wil gehoorzaam wezen en niet plukken: ik loop heen. Zou ik, om een hand vol pruimen, ongehoorzaam wezen? Neen.’ Hij bedenkt dus bij zichzelf dat hij geen pruimen moet pakken, omdat dat niet overeen zou komen met de deugd. Hij zou zijn vader zeker teleurstellen. Een ander gedicht is De waare rijkdom: ‘Geen geld bekore ons jong gemoed, maar heiligheid en deugd. De wijsheid is het nodigst goed; het sieraad van de jeugd.’ Hierin wordt weer de nadruk gelegd op de deugd. De gedichten zijn voor de jeugd geschreven en doordat er deugdelijke eigenschappen in deze gedichtjes voorkomen, zullen veel kinderen er volgens Van Alphen een voorbeeld aan nemen.
   De nadruk ligt ook erg op de liefde voor God. Dit is weer een kenmerk van het classicisme. De onwetende mens moet behoed worden voor een slecht leven en daarom moet ze kennis krijgen van God. Door veel over godsdienst te praten in gedichten voor kinderen, komen kinderen al vroeg in aanraking met het geloof, wat helpt bij hun opvoeding. In de gedichten komen dus nogal eens zeer eerbiedige en gelovige kinderen voor. Een zeer godsdienstig gedichtje, wat aanspoort tot geloof is De Spiegel. Het vertelt dat kinderen niet ijdel mogen zijn, maar dat ze hun hart moeten leren kennen: ‘Die telkens in de spiegel ziet, en zig met schoonheid vleit; beseft de waare schoonheid niet, maar jaagt naar ijdelheid. Dit glas maakt trots, of geeft ons pijn; wil ‘k weeten wie ik ben, dan moet Gods woord de spiegel zijn, waar ik mijn hart uit ken.’ Een ander gedichtje is Het kinderlijk geluk, waarin een kindje God prijst voor zijn/haar leven: ‘Geloofd zij God voor ’t ruim genot van zo veel gunstbewijzen! Mijn hart en mond zal hem, in elken morgenstond, en elken avond prijzen.’
   Een kenmerk van het rationalisme was dat onderwijs en opvoeding erg belangrijk werden gevonden. De nog onwetenden kunnen zo opgevoed worden tot beschaafde, verstandige mensen. Daarom lag in veel gedichten de nadruk erg op leren en goed naar je ouders luisteren. Als kinderen deze gedichten zouden lezen, zouden ze deze goede eigenschappen overnemen. Een gedichtje over het leren is Het vrolijk leeren: ‘Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, en waarom zou mij dan het leeren verveelen? Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak. Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken, ’t is wijsheid, ’t zijn deugden, naar welken ik haak.’ Van Alphen probeert aan de kinderen duidelijk te maken dat leren ook leuk kan zijn en dat het leuk is om ergens je best voor te doen. De kinderliefde gaat over de relatie tussen vader en kind. Er wordt geschreven dat je vader je beste vriend is, maar ook: ‘Ik ben somtijds wel eens stout, maar als mijn ondeugd mij berouwt, dan wordt zijn vaderhart bewogen, dan spreekt zijn liefde geen verwijt, ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt, dan zie ik tranen in zijn oogen.’ Er wordt de kinderen op het hart gedrukt dat hun ouders alleen het beste voor hen willen en daarom soms streng zijn. Dit gaat volledig over de opvoeding die men tijdens de Verlichting zo belangrijk vond.
   Kleine gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen is dus representatief voor de Verlichtingsliteratuur, omdat er veel nadruk ligt op het goede gedrag, er duidelijk naar voren komt dat liefde voor God belangrijk is voor een goede zelfontplooiing en omdat er veel nadruk ligt op het onderwijs en de relatie tussen ouder en kind in de opvoeding.
   Ik zou mensen niet meteen aanraden om deze gedichten te lezen, omdat ze eigenlijk voor kinderen geschreven zijn. Ik zou ze ook niet aan kinderen aanraden, omdat ze geschreven zijn in oud Nederlands en dat is lastig om te lezen.

Bronnen
Kleine gedigten voor kinderen – Hieronymus van Alphen (http://www.dbnl.org/tekst/alph002klei01_01/)
Syllabus Verlichting & Romantiek (blz. 10-12 + blz. 71-74)
Meneer Kroon

KLAS 5 Betoog Romantiek Max Havelaar - Multatuli

   Ik vind dat Max Havelaar van Multatuli grotendeels representatief is voor de Romantische literatuur.
   Voordat men echter in staat is een oordeel te vellen over het wel of niet behoren van de Max Havelaar tot de Romantische literatuur, is het nodig iets meer te weten over deze literaire stroming. De Romantiek is een periode die duurde van ongeveer 1770 tot 1880. Deze stroming is een tegenbeweging van het Classicisme, waarin het vooral gaat om ingetogenheid en waar de nadruk ligt op het verstand. De Romantiek is een stuk uitbundiger en er is meer ruimte om gevoelens te uiten. Dit wordt gedaan op twee manieren: het non-conformisme en het escapisme. Het non-conformisme kan worden gezien als een vorm van protest. De schrijver zet zich af tegen de bestaande ideeën en laat zien wat er verkeerd is in deze maatschappij. Ook legt hij sterk de nadruk op het individualisme door anders te zijn dan anderen. In het escapisme gebeurt juist het omgekeerde. De schrijver gaat de confrontatie niet aan, maar vlucht weg voor de dingen die hij onjuist vindt. Hij kan dan onder andere vluchten in de natuur, het geloof, het verleden, humor, verre landen en in het ergste geval de dood.
   De Max Havelaar is opgedeeld in twee delen: het deel van Batavus Droogstoppel en het deel waarin Ludwig Stern vertelt over Max Havelaar. In het deel van Droogstoppel is veel vluchtgedrag te zien. Droogstoppel verklaart alle problemen die Havelaar aankaart met zijn geloof. Wanneer dominee Wawelaar de volgende woorden tot hem spreekt, is Batavus hier ook gelijk van overtuigd: ‘Is er niet veel rijkdom in Nederland? Dat komt door het geloof! Heerst in Frankrijk niet overal moord en doodslag? Juist, en dat komt doordat ze daar katholiek zijn. Zijn niet de Javanen arm? Het zijn heidenen. Hoe langer de Hollanders met de Javanen omgaan, hoe meer rijkdom hier zal komen en hoe meer armoede daar. Dat is de wil van God!’
   Er zijn echter nog meer personen die vluchten voor de ontmaskeringen van Havelaar. Dit zijn de bestuurders in Lebak en de andere districten op Java. Al deze hoge heren zijn corrupt en achterbaks en willen niet onder ogen zien dat het de verkeerde kant op gaat met Java. Havelaar heeft de grootste moeite om de verkeerde dingen aan het licht te brengen, doordat de regenten, residenten, gouverneur-generaals enzovoorts, niet mee willen werken aan zijn onderzoeken. Deze zijn bang voor wat er zal gebeuren als ze hun mond open doen.
   De stukken waarin Droogstoppel aan het woord is bevatten veel humor. Dit komt vooral door het feit dat de chagrijnige, pessimistische Batavus een grote tegenstelling vormt met de rechtvaardige, optimistische Havelaar die in de andere hoofdstukken aan bod komt. Droogstoppel is als het ware de classicist en Havelaar de romanticus. Droogstoppel vertrouwt alleen op zijn verstand en zijn geloof en houdt zijn gevoelens angstvallig in bedwang. Havelaar laat zijn gevoelens de vrije loop en laat zijn verstand daarbij dikwijls varen: ‘En hij was soepeler nog dan soepel. Met een gulheid die aan de fouten herinnerde die hem zelf zo arm hadden gemaakt, gaf hij steeds een voorschot aan de regent, zodat deze niet de behoefte had de gewone man nog harder te treffen.’ Havelaar stelt het geluk van de inlanders boven dat van zichzelf en zijn gezin.
   Verder is het boek één grote aanklacht, niet alleen tegen het Nederlandse bestuur van Java, maar ook tegen de burgerlijke onverschilligheid. Multatuli wilde gehoord worden door de mensen, en dit is ook precies de reden waarom hij dit boek heeft geschreven. Dit is kenmerkend voor het non-conformisme in de stroming Romantiek, omdat het een vorm van protest is.
   Wat totaal niet kenmerkend is voor de Romantiek, is het feit dat alles is opgeschreven zoals het is, heel realistisch dus. Multatuli zegt aan het einde van het boek: ‘Ja, ik zal gelezen worden! Als dit doel wordt bereikt, zal ik tevreden zijn. Want het was me niet te doen om mooi te schrijven. Ik wilde zo schrijven dat het werd gehoord. En, zoals iemand die ‘houd de dief!’ roept zich weinig aantrekt van de stijl van zijn geïmproviseerde toespraak, zo laat het mij ook volstrekt koud hoe men de manier zal beoordelen waarop ik mijn ‘houd de dief!’ heb uitgeschreeuwd.’ In de Romantiek wordt er veel beschreven en dat is in het Realisme niet zo. Wat dat betreft heeft het boek meer weg van het realisme.
   Max Havelaar is dus grotendeels representatief voor de Romantische literatuur, omdat het personen beschrijft die vluchtgedrag vertonen, omdat het veel humor en een zeer romantisch personage bevat en omdat het boek een aanklacht is tegen de bestaande ideeën. Het is niet volledig romantisch, omdat er op een zeer realistische manier is geschreven.
   Ik zou iedereen aanraden dit boek te lezen, omdat het van groot belang is geweest voor het onafhankelijk worden van Java. Ik zou het ook aanbevelen, omdat het Multatuli’s wens is gelezen te worden, zoals hij dat zelf ook duidelijk zegt!
Bronnen
Max Havelaar – Multatuli
Syllabus Verlichting & Romantiek (blz. 14-18 + 117-121)
Meneer Kroon